Paulus heeft van de Heer het apostelschap ontvangen om geloofsgehoorzaamheid te bewerken onder al de heidenen voor het evangelie van God aangaande Zijn Zoon (Romeinen 1:1-5).

Zonde en dood hebben hun intrede in de wereld gedaan, toen Adam geloofsgehoorzaamheid aan God heeft afgewezen. Eva luisterde naar de stem van de boze, nam de verboden vrucht en gaf ook Adam ervan. In plaats dat Adam God geloofde, die gezegd had: “Ten dage dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven”, of, zoals de grondtekst zegt: “stervende sterven”, geloofde hij de woorden van de boze, gesproken tot Eva en was God ongehoorzaam.

Vanaf dat ogenblik is er nooit meer een mens geweest, die in volkomen geloofsgehoorzaamheid aan Zijn God heeft geleefd. Door de zonde is de mens in het rijk van de dood terechtgekomen en er was geen mogelijkheid voor hem zichzelf eruit te verlossen.

God heeft echter in Zijn wonderbare liefde Zelf verlossing gebracht. Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, God van alle eeuwigheid, is Mens geworden. Hij was volkomen Mens en heeft in volmaakte geloofsgehoorzaamheid aan Zijn God het grote werk der verlossing volbracht. Hij is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood des kruises (Filippensen 2:8).

God heeft door Hem volkomen genoegdoening ontvangen voor de smaad Hem aangedaan door de zondigende mens. Jezus Christus is opgestaan uit de doden en is gezeten aan Gods rechterhand. Thans kan God het evangelie aangaande Zijn Zoon doen verkondigen en door Zijn Geest geloofsgehoorzaamheid in het hart bewerken. Wij, die geloven in Christus en kinderen Gods zijn, mogen het nieuwe leven, het geloofsleven, beleven in gehoorzaamheid aan Gods Woord. “Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was”, zegt Filippensen 2:5. Gods Geest wijst dan op de geloofsgehoorzaamheid van Christus. Gods Geest wil die gezindheid (dat gevoelen) in ons bewerken. Hoe heerlijk zulk een Heiland te mogen geloven, te mogen gehoorzamen!

Lezen: Hebree├źn.5:6-10