Selecteer een pagina

“Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets” (Lukas 22:35).
In Deuteronomium 2:7 zegt Mozes tot IsraĆ«l: “Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken”.
Psalm 23:1 zegt: “De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken”.
In 1 Petrus 5:7 zegt het Woord tot Gods kind: “Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u”.
Ja, inderdaad! Hij zorgt voor ons. Als wij Hem laten zorgen, zal ook onze lofzang zijn: “De Heer is mijn Herder, mij zal niets ontbreken”.
Wat is het toch een onuitsprekelijk grote genade een kind van God te zijn. In Christus Jezus heeft Hij ons lief met een eeuwige liefde en heeft Hij ons geheel voor Zijn rekening genomen. Wij mogen ons volkomen aan Hem toevertrouwen.
Wij weten uit het Woord dat, als wij God liefhebben, ALLE dingen medewerken ten goede (Romeinen 8:28).
ALLE dingen, hetzij vreugdevolle, hetzij moeitevolle. Hij omringt ons met Zijn liefde en trouw. Onze Heiland heeft gezegd: “Gelijkerwijs de Vader Mij liefgehad heeft, heb Ik ook u liefgehad; blijft in deze Mijn liefde” (Johannes 15:9).
In Johannes 17:26 bidt Hij: “En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen”.
Zo mogen wij ons opgesloten weten in deze Goddelijke liefde.
Stil in de liefde van onze Heiland blijven, stil wandelen aan de hand van onze hemelse Vader. Luisteren naar wat Zijn Woord ons door Zijn Geest openbaart aangaande Jezus Christus, in en door Wie al deze Goddelijke zegeningen over ons worden uitgestort. Geloven wat Gods Woord ons leert.
De vrucht van zulk een gezindheid des harten, van zulk een geloofsleven, zal zijn dat wij ons in Hem verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde (1 Petrus 1:8). Dan zingen wij met David: “O God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen, ook mijn eer” (Psalmen 108:2).
Zo wordt Kolossensen 3:16-17 bewaarheid in ons leven.

Lezen: Kolossensen 3:15-17