Selecteer een pagina

“Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid. Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht. Hij heeft Zich immers tegen mij gewend, Hij heeft Zijn hand den gansen dag veranderd”, klaagt Jeremia in zijn Klaagliederen 3:1-3.
Er is Iemand geweest aan Wie deze woorden voor de volle 100% zijn bewaarheid.
Jezus Christus, Gods Zoon, Die Zijn heerlijkheid heeft verlaten om mens te worden. Hij, de Heilige, de Zondeloze, kwam in deze wereld waar zonde en dood de heerschappij voeren.
In deze wereld, wier overste de satan is. Gods Zoon heeft ellende gezien door de roede van Gods verbolgenheid, want God heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomen (Jesaja 53:6).
Hem heeft God doen gaan in duisternis en donkerte. Toen Hij, de Levensvorst, op het kruis het oordeel Gods droeg en Hij door Zijn God werd verlaten omdat Hij tot zonde was gemaakt, is Zijn hart gebroken en ging Hij in de dood (2 Korinthe 5:21, Psalm 69:21).
Hij heeft Zijn ziel uitgestort in de dood (Jesaja 53:12). Wie kan Zijn lijden in het rijk van de boze en zijn trawanten verstaan? Hij heeft voor allen de dood gesmaakt (Hebree├źn 2:9).
Thans echter is Hij met eer en heerlijkheid gekroond. God heeft Hem opgewekt en Hem gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste (Hebree├źn 1:3). Welk een Heiland is Hij!
Hij heeft volkomen aan al het recht Gods voldaan en is nu zeer verheven. Hoe kunnen wij ooit Zijn liefde peilen?
Gods liefde, geopenbaard in Christus Jezus!
Zijn werk der verlossing is zo volkomen, zo allesomvattend. Een ieder die in Hem gelooft, is in Christus Jezus voor de heilige God, heilig en onberispelijk voor eeuwig (Efeze 1:4).
In Christus een nieuwe schepping geworden (2 Korinthe 5:17-19) mogen wij in nieuwheid des levens wandelen, geleid door Gods Geest. Moge het ook voor ons waarheid zijn: “Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft” (Galaten 2:20).

Lezen: Psalm 69:1-5, 21-22