Selecteer een pagina

In Hebreeën 2:8-9 zegt Gods Woord, dat wij Jezus nu zien met eer en heerlijkheid gekroond. Hij heeft Zich, nadat Hij door Zichzelf de reinigmaking van de zonden tot stand heeft gebracht, gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste (Hebreeën 1:3).
In de wereld zien velen Hem als Voorbeeld, als goed Mens, als symbool van vrede en goedheid, enz.
Het christendom viert zijn kerstfeest en ziet Hem als kind in de kribbe, dat kwam om vrede te brengen.
De gelovige, die het nieuwe leven beleeft, ziet Hem in geloof met eer en heerlijkheid gekroond.
Dit is ook de bedoeling van Gods Geest. Steeds weer worden wij in het Woord, vooral ook in de brieven, met grote nadruk gewezen op Zijn Majesteit en de allesovertreffende grootheid van Zijn Persoon.
Alles is aan Zijn voeten onderworpen, Hij is het Hoofd, boven alles, van de Gemeente die Zijn lichaam is (Efeze 1:10,23). Hij is uitermate verhoogd en heeft de Naam die boven alle naam is (Filippensen 2:9).
“Hij is het Beeld van de onzienlijke God, de Eerstgeborene aller creaturen. …., alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem; en Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de EERSTE zou zijn” (Kolossensen 1:15-18).
1 Petrus 4:11b: “Opdat God in allen geprezen worde door Jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid en de kracht, in alle eeuwigheid. Amen”.
1 Johannes 5:20b: “Wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”.
Het zijn slechts enkele aanhalingen uit Gods Woord, Dat vol is van Christus en Zijn heerlijkheid.
Christus is nu onze HEER en MEESTER. Wij behoren Hem als HEER in onze harten te heiligen (1 Petrus 3:15). Geloofsleven is geestelijk leven. Het is: “Zoekt de dingen die BOVEN zijn, waar Christus is” (Kolossensen 3:1-3). Geloofsleven is niet: godsdienst bedrijven, doch: gesterkt worden door Gods Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof in onze harten wone (Efeze 3:16-17).

Lezen: Hebreeën 2:8-13