Selecteer een pagina

“Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend” (Johannes 1:9-10).
Gods Woord spreekt hier over Jezus Christus. Hij is God de Schepper, het eeuwige Woord. Hij is het waarachtige Licht. “En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen” (Johannes 1:5).
De wereld heeft Hem niet gekend. Hoe peilloos diep viel de mens, hoe volkomen werd hij onderdaan van het rijk der duisternis. De mens, het schepsel Gods, heeft Zijn Schepper, het waarachtige Licht, de Heer der Heerlijkheid (1 Korinthe 2:8) naar het kruis verwezen. En nog begrijpt “de duisternis” Hem niet, nog kent de wereld Hem niet.
“En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos” (Johannes 3:19).
De mens, geketend aan de macht van zonde en dood, heeft de duisternis liever dan het licht.
En Hij, Jezus Christus, gaf ondanks en niettegenstaande dat, Zijn kostbaar bloed, Zijn leven in de dood, voor deze hopeloos verloren mens.
Ja, juist ómdat de mens zo volkomen reddeloos en machteloos was, gaf Hij Zichzelf.
Hij, God de Schepper, werd MENS onder de mensen.
Op Hem kwam het oordeel van de heilige God neer. En nu, wie in de Zoon des mensen gelooft, heeft eeuwig leven (Johannes 3:16). Welk een wonderbare zaligheid in Hem te geloven, eenvoudig geloven met het hart (Romeinen 10:9-11).
Dan zingt ons hart die heerlijke woorden uit Kolossensen 1:13-14 “Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde; In Denwelken wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden”.
Dan buigt ons hart in aanbidding voor zulk een God, voor zulk een Heiland. Uit genade zalig geworden door te geloven wat Hij zegt in Zijn Woord, mogen we nu wandelen in Zijn licht.

Lezen: Johannes 1:3-17