Selecteer een pagina

“Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem” (Johannes 6:56).
Het is een wonderlijke zaligheid voor het kind van God, die de waarheid en de heerlijkheid van deze woorden van de Heer beleeft.
Christus Jezus is zulk een grote Heiland, zulk een liefdevolle Heer. Met Hem door het leven te mogen gaan, in innige gemeenschap met Hem te leven!
Het maakt ons zo onmetelijk rijk en het geeft ons leven een grote Goddelijk waarde, want het is tot verheerlijking van Gods naam.
Hem eten en Hem drinken is: in en door Hem leven.
Voor onze ego, voor ons vlees, is dit niet gemakkelijk, want het betekent onszelf geheel kwijtraken in Hem.
Het is geen wonder dat vele discipelen bij Hem wegliepen, toen Hij hen had uitgelegd, dat HIJ hun spijs en drank moest zijn.
Ook nu nog zijn er talloze gelovigen, die liever een gerust, “christelijk” leven willen leiden, vaak vol christelijke arbeid, met als einddoel de hemel.
Anderen willen God dienen door hun ziel te voeden met plechtige erediensten, massazang, enz.
De enige mogelijkheid om God te behagen is GELOVEN. (Hebree├źn 11:6). Geloven wat God ons leert in Zijn Woord en door Zijn Geest. Geloven dat God ons Zijn Zoon heeft gegeven, opdat wij zouden LEVEN door HEM (1 Johannes 4:9).
Dat GOD, Die in ons een goed werk begon, dit voleindigen zal tot op de dag van Jezus Christus (Filippensen 1:6).
Dat het ook in ons leven moet zijn: “CHRISTUS is alles en in allen” (Kolossensen 3:11).
Dat “wij door de Geest moeten leven en ook door de Geest moeten wandelen” (Galaten 5:25).
Het is Gods bedoeling met ons, dat wij Zijn Verborgenheid leren kennen, CHRISTUS, in Wie al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn (Kolossensen 2:2-3).
Christus, als onze Heer, naar de ogen kijken en uit het Woord leren zien wie Hij is in Zijn grootheid en heerlijkheid.
Dan is het uit met onze zelfhandhaving, maar het geeft ons grote vrede en blijdschap in het hart.

Lezen: Johannes 6:48-60