Selecteer een pagina

“Den zelven alleen wijzen God zij door Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen” (Romeinen 16:27).
God, de Almachtige, Die woont in een ontoegankelijk licht, kan uitsluitend door Jezus Christus geëerd en geprezen worden.
Door het gehele leven van onze Heer Jezus Christus, en door Zijn lijden en Zijn dood heen, werd Zijn God en Vader verheerlijkt. Hij heeft op volmaakte wijze de eis van Gods heiligheid en gerechtigheid voldaan en het wezen van Gods liefde tot volle openbaring gebracht. God heeft volkomen genoegdoening ontvangen voor de smaad, Zijn heilige Naam door de zonde aangedaan, en Hij kan nu de heerlijkheid van Zijn genade bewijzen aan elk mensenkind dat in de Christus Gods gelooft.
Het bewijs dat het werk der verlossing van Jezus Christus in Gods oog volkomen en algenoegzaam was is, dat Hij Jezus Christus heeft opgewekt uit de doden, Hem uitermate heeft verhoogd en Hem een Naam heeft gegeven, welke boven ALLE naam is, opdat in Zijn Naam zou buigen alle knie dergenen, die in de hemel, en die op de aarde zijn, en die onder de aarde zijn en alle tong zou belijden: Jezus Christus, is de Heere, TOT HEERLIJKHEID van GOD DE VADER (Filippensen 2:9-11).
De verheerlijking van God houdt in de verheerlijking van Jezus Christus, de Heer en de verheerlijking van Jezus Christus is Gods verheerlijking.
Christus Jezus, de Heer, staat centraal in het ganse heelal. Voor God betekent Hij alles en eenmaal zal, naar Gods wil, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één Hoofd, Christus, tot één vergaderd worden (Efeze 1:10).
God heeft ieder van ons, die door geloof in Jezus Christus Zijn kind is geworden, NIEUW leven gegeven, opdat wij dit nieuwe leven door geloof zullen leven. Dit is Zijn bedoeling met ons, want zulk een leven is op Christus gericht. Zoals Christus voor God alles betekent, zo behoort Hij ook voor ons alles te zijn. Alleen op deze wijze wordt God in ons verheerlijkt. Als wij eenmaal Boven zijn, zullen wij volmaakt tot lof van Zijn heerlijkheid zijn. Nu reeds mogen wij dit zijn in en door Christus onze Heer en daartoe schonk Hij Zijn Geest in ons hart. Welk een zaligheid zo tot Gods eer te mogen leven!

Lezen: Romeinen 16:25-27