Selecteer een pagina

Romeinen 8:17: “En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”. In de Voorhoeve-vertaling luidt het 2e deel van deze tekst als volgt: “Als wij inderdaad met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”.
Als Gods kinderen zullen wij eenmaal erven. Echter het is: “Indien wij met Hem lijden”.
In Galaten 5:16-21 waarschuwt Gods Geest Gods kinderen die “naar het vlees leven”, dat zij het Koninkrijk Gods niet zullen BEËRVEN. Zij zijn wel behouden en komen eens in de eeuwige heerlijkheid. Zij leefden echter het NIEUWE leven niet en zo was hun leven zonder vrucht voor God. In Galaten 4:4-5 zegt het Woord, tot de gelovigen die weer de wet wilden houden, dat Christus hen vrijgekocht heeft van de wet, opdat zij de aanstelling tot ZONEN zouden verkrijgen. Wie de wet houdt, leeft niet in de vrijheid van het kindschap van God, doch als dienstknecht en, zegt Galaten 4:7, “Zo dan, gij zijt NIET meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt (dus als zoon leeft), zo zijt gij ook een erfgenaam door God”.
Efeze 5:5 leert ons, dat geen hoereerder, onreine of gierigaard, die een afgodendienaar is, ERFENIS heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.
Wij behoren te wandelen als kinderen des lichts en te beproeven wat de HERE welbehagelijk is (Efeze 5:8,10).
Kolossensen 2:16-23 waarschuwt de gelovigen zich niet te laten overheersen: “Naar zijn wil in nederigheid” (Kolossensen 2:18).
Hoe belangrijk is het voor het kind van God om ook te léven als Zijn kind. OM door geloof het NIEUWE leven in Christus te beleven, om door de Geest te leven. MET Christus lijden is, samen met Hem door het leven gaan, Hem de eerste plaats geven. In gemeenschap leven met de Vader en met Zijn Zoon, Jezus Christus (1 Johannes 1:3).
Kolossensen 3 spreekt over de openbaring van het nieuwe leven in ons. Van de Heer zullen wij dan tot vergelding de erfenis ontvangen (Kolossensen 3:24). God schonk ons Zijn Geest in ons hart door Wie wij mogen leven en door Wie wij mogen wandelen (5:25).

Lezen: Efeze 5:3-10