Wordt vervuld met de Geest

"Wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is,maar wordt vervuld met den Geest".  ( Ef. 5 : 18)

DE TEMPEL GODS.
De heilige Geest is een Gave, Die Christus na Zijn opstanding en verheerlijking aan de Gemeente gegeven heeft. Deze Gemeente van Christus, waartoe alle zondaren behoren uit genade zalig zijn geworden, is in haar geheel een tempel van de Heilige Geest. Paulus schrijft aan "de Gemeente Gods , die te Corinthe is………..en allen die de Naam van onze Here Jezus Christus aanroepen ( 1 Cor. 1 : 1): "Weet gij niet, dat GIJ (allen tezamen) Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont". ( 1 Cor. 3 : 16). De Heilige Geest is dus niet in de eerste plaats een persoonlijk, maar veeleer een gemeenschappelijk bezit van al Gods kinderen samen. Het 12e hoofdstuk van deze zelfde Corinthebrief maakt dit nog duidelijker. Eerst laat de apostel ons zien, dat wij allen "door EEN Geest tot EEN lichaam gedoopt" zijn. ( vers 13). Dat heeft plaats gehad, toen wij behouden zijn geworden. Gods Geest, heeft ons toen EEN plant gemaakt met het Lichaam van Christus. En als leden van dat ene Lichaam, zijn wij nu ook allen "met EEN Geest gedrenkt" ( 1 Cor. 12 : 13) Dat is dus geschied. Wij bezitten de Geest van God even zeker als de vergeving van onze zonden en het eeuwige leven en kunnen God slechts voor deze zegeningen danken. In  Titus 3 : 7 lezen wij van de Heilige Geest "Dewelke Christus rijkelijk over ons HEEFT uitgestort". Wij behoeven aan dit woord "heeft" net zo min te twijfelen, als aan het "heeft" van  Joh. 3 : 16, waar het betrekking heeft op het eeuwige leven. Beiden zijn ons bezit, op grond van ons eenvoudig geloof in de Heer Jezus Christus.

EENMAAL PINKSTEREN.
Daarom is alle verlangen en bidden van kinderen Gods om een nieuwe uitstorting, doop of vulling van de Geest volkomen zinloos en eigenlijk niet anders, dan een direkte ontkenning van de genade Gods, aan ons geschied. Het zou beter zijn dat zij zich door het onbedriegelijk Woord van God lieten voorlichten, opdat zij "zouden weten, de dingen, die hun van God geschonken zijn"( 1 Cor. 2 : 12) EEN van die vele dingen is de Heilige Geest, waarmee wij ook, "nadat wij geloofd hebben (eigenlijk staat er "op het moment dat wij geloofden") zijn verzegeld geworden tot de dag der verlossing" ( Ef 1: 13-14, 4 : 30). Christus is maar eenmaal gekruisigd. Het was maar eenmaal Goede Vrijdag. Hij is eenmaal opgestaan. Het was maar eenmaal Pasen. EN ook eenmaal heeft Hij Zijn Geest als een onberouwelijke gave aan de Gemeente geschonken. Het is ook maar eenmaal Pinksteren geweest. Dat zal ook nimmer herhaald worden, hetgeen ook niet nodig is. En waar de Gemeente in haar geheel een tempel van de Heilige geest is, is het ook absoluut onmogelijk, dat het ene kind van God meer de Heilige Geest bezit, dan het andere. Wij zullen nooit meer van Gods Geest ontvangen, als de Zalving, Die wij ontvangen hebben, toen wij in Christus geloofden.

VERVULD MET DE GEEST.
Maar, zal iemand zeggen, hoe klopt het dan met onze tekst "wordt vervuld met de Geest"? ( Ef. 5 : 18). Deze woorden betekenen niet, zoals vele gelovigen denken, dat wij meer van de Heilige Geest moeten ontvangen, Die rijkelijk over over ons is uitgestort. Was dat wel het geval, dan zou Gods Geest het doel zijn, waarnaar de Christen zich heeft uit te strekken. Dat is echter niet in overeenstemming met de Schrift. Integendeel. De Heilige Geest is nooit het doel, maar altijd het door God gegeven Middel, om Zijn doel met ons leven te bereiken. De Heer Zelf heeft van de Trooster gezegd: "Hij zal van Zichzelven niet spreken". De Geest vestigt de aandacht niet op Zichzelf, maar blijft steeds op de achtergrond. Daarom wordt Hij ons in de Schrift altijd voorgesteld met omschrijvende titels zoals "de Heilige GEEST", of "de Geest van God", maar Zijn Naam wordt ons niet meegedeeld. Daarom kan de Heilige Geest ook nooit het voorwerp zijn van de verlangens van Gods kinderen. Maar toch zijn de gebeden van de gelovigen maar al te zeer gebaseerd op een meerdere vulling van de Geest, waarvan zij de vervulling zouden willen zien in allerlei ongezonde en psychische gewaarwordingen.

De Heiland zegt echter: "Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal uit het Mijne nemen en het u verkondigen". ( Joh. 16 : 14) Hier hebben we het antwoord. De Heilige Geest is ons van de Vader geschonken, opdat Hij Christus in ons zou openbaren en verheerlijken. En dat is het juist wat wij zo gemakkelijk vergeten. Zeker, wij bezitten de Geest van God, omdat wij bij het Lichaam behoren.
Maar staan wij Hem ook toe om Zijn Christus-verheerlijkend-werk in ons leven te verrichten? Daarom vermaant de apostel de gelovigen te Efeze, inplaats van gemeenschap te hebben aan de onvruchtbare werken der duisternis, vervuld te worden met de Heilige Geest. Wij moeten door ons geloof, de Geest van God de gelegenheid geven, om Christus in ons – in woord en wandel- groot te maken en te verheerlijken. Hij doet dit door middel van het Woord "Hij zal u in al de Waarheid leiden" ( Joh. 16 : 13). Het Woord van God is het " Zwaard ", dat door de Geest van God gehanteerd wordt, om Zijn werk in ons te verrichten ( Ef. 6 : 17).
 HET ZWAARD DES GEESTES
Vele gelovigen zoeken naar een-met-de-Geest-vervuld-leven, buiten het Woord om, terwijl het Woord toch juist het middel is waarvan de Geest Zich bedient, om ons op te voeden tot geestelijk leven. Hij wil het Woord van Christus rijkelijk in ons laten wonen. Hij wil ons als "nieuwgeboren kinderkens" voeden met "de redelijke onvervalste melk" opdat wij "door dezelve mogen opwassen" (1 Petr. 2 : 2). Hij leert ons door het Woord Christus kennen en Zijn onnaspeurlijke rijkdom. Dat is het eeuwige leven, dat wij Hem kennen. Hoe meer wij Hem kennen, hoe meer wij Hem leven. Vervuld te zijn met de Heilige Geest, wil dus niet anders zeggen dan ons door Hem in het Woord te laten opvoeden tot dat leven waarvan Paulus zei: "Het leven is mij Christus". Alle bidstonden, alle acties en bewegingen tot verdieping van het geestelijk leven, kunnen het Woord van God niet vervangen als "het ene nodige", dat door Gods Geest gebruikt wordt om ons geestelijk leven te doen bloeien en vrucht dragen.

ONZE VERANTWOORDELIJKHEiD.
Er is echter een verantwoordelijkheid: GEHOORZAAMHEID. Wie zich open stelt voor het werken en spreken van de Heilige Geest, heeft ook te gehoorzamen, willig te zijn tot in het kleinste. Wie de Heilige Geest niet bedroeft, door ongehoorzaamheid aan het Woord, zal meer en meer met de Heilige Geest worden vervuld. Een ervaren Christen, aan wie werd gevraagd, hoe hij innerlijk zo was geworden, antwoordde eenvoudig: "Ik heb mij er in mijn leven aan gewend, mij nooit iets door God tweemaal te laten zeggen". Bewuste ongehoorzaamheid aan het Woord van God - in welk opzicht dan ook - bedroeft de Heilige Geest, en is een belemmering van Zijn gezegende arbeid in ons. Dat moet dus leiden tot verachtering en onvruchtbaarheid. Maar onder gehoorzaamheid geldt een absolute terzijdestelling van alle eigen inzichten, wensen en plannen, hoe goed bedoeld ook. "Gehoorzaamheid is beter dan offerande", is een Schriftwoord, dat ook ten opzichte van ons geestelijk leven, nog niets aan kracht heeft ingeboet.

 IN DE GEMEENTE.
Wij wezen er reeds op, dat de Geest aan de Gemeente gegeven is. Zijn werk is ook in de Gemeente. Hij heeft de Gemeente geformeerd. Hij werkt in de Gemeente. Daarom heeft Hij de Gemeente gaven gegeven, die weer in de Gemeente besteed dienen te worden. Hij heeft gegeven "sommigen tot apostelen, sommigen tot profeten, sommigen tot herders en leraars……. tot opbouwing des Lichaams van Christus: totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus.” ( Ef. 4 : 9 – 13). Allerlei gaven en werkzaamheden, die heden ten dage buiten het gemeentelijk samenleven van kinderen Gods om, openbaar worden, kunnen niet naar de mening des Geestes zijn. Zij zijn dan ook meestal niet tot "eenheid" maar veeleer tot "verdeeldheid des geloofs" en doen dan ook vaak meer schade dan goed. De Geest werkt in de Gemeente van Jezus Christus.

Wie zich onttrekt aan de opvoedende invloed van de Christelijke gemeenschap zal achterblijven en het doel nooit bereiken. De gaven des Geestes dienen tot opbouw van het Lichaam van Christus. En hoe zou het Lichaam opgebouwd kunnen worden, wanneer zij, die deze gaven ontvangen hebben, zichzelf buiten de openbaring van het Lichaam plaatsen in "de onderlinge bijeenkomst"en daartoe zelfs een zekere onwil tonen? Dat de apostel met zijn vermaning "Wordt vervuld met de Geest", "de onderlinge bijeenkomst" van de gemeente op het oog heeft, is wel duidelijk uit hetgeen daar onmiddellijk op volgt: "Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen … dankende ten allen tijde over alle dingen God, en de Vader, in de Naam van onze Here Jezus Christus" (Ef.5 : 19-20).

Waar zou de Heilige Geest ook beter Zijn opvoedende en onderwijzende taak door het Woord kunnen verrichten, dan in de "onderlinge bijeenkomst" als gelovigen in afzondering van de wereld vergaderd zijn rondom de gezegende Persoon van Christus Zelf? Daar werkt Hij. Daar leidt Hij. Daar doet Hij Zijn gaven openbaar worden. Daar laat Hij het Woord bedienen, dat nuttig is "tot lering, vermaning, vertroosting enz. Daar vestigt Hij onze aandacht op onze gezegende Heiland en doet Hij onze hoofden en harten oprichten tot Hem. Hoe heerlijk worden wij daar onderwezen door de Geest van God en Zijn heilig Woord in de onnaspeurlijke rijkdommen van Christus Vervuld met de Geest, d.w.z. het Woord van Christus rijkelijk in ons hebbende, ( vergelijk Ef 5 : 18-21 met Col.3 : 16 , 17) "spreken wij automatisch onder elkander met "psalmen, lofzangen en geestelijke liederen". Door de Geest  van God afgestemd op onze verheerlijkte Heiland, worden onze harten vanzelfsprekend vervuld met blijdschap en dankbaarheid, zodat onze monden overlopen van lof en aanbidding in het zingen van onze liederen en uitspreken van onze dankzeggingen.


Jb. Klein Haneveld