Wanneer is de opname III

Deel III | Hoe zit het met Israël en de 70e week?

In de verschillende visies die er zijn op het tijdstip van de opname van de Gemeente speelt de visie op Israël een belangrijke rol. Met name omdat er gedacht wordt dat wanneer Israël weer Gods volk is, dat de Gemeente het dan niet meer is. Althans niet meer op aarde. Hoewel dit in de Bijbel niet als zodanig voorkomt, is het ook niet geheel onlogisch. En daarom is het van belang om te kijken hoe het zit met Israël en wanneer zij weer Gods volk wordt? Als eerste speelt de 70e week een belangrijke rol. Er zijn 70 weken voorbestemd over het volk Israël en Jeruzalem:

Daniël 9
Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.
Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.
En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, (en) vastelijk besloten verwoestingen.
En hij zal velen het verbond versterken een week; en (in) de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste (Daniël 9:24-27).

De negenenzestig weken (7+62) zijn voorbij, want de Messias is uitgeroeid. In de toekomst komt er één week waarin Daniël 9:27 in vervulling zal gaan. De Heere Jezus noemt de gruwel van verwoesting van Daniël, wanneer hij spreekt over de nog komende gebeurtenissen die vooraf gaan aan Zijn komst (Matthéüs 24:15). Hiermee wordt de oudtestamentische profetie gekoppeld aan deze nieuwtestamentische profetie. Dit deel van de profetie van Daniël zal in de toekomst nog in vervulling gaan.

Wat meteen opvalt aan de profetie van Daniël is dat er in het geheel niet gesproken wordt over wanneer Israël Gods volk is of wanneer zij dat niet is. Ja, deze profetie gaat over Israël, maar is zij daarmee Gods volk op het moment dat die profetie in vervulling gaat? Nee, daarin is geen oorzakelijk verband, want ook de profetie van Jesaja over hun verharding gaat in onze dagen in vervulling, zo blijkt uit Handelingen 28:25-28. Dat een profetie over Israël vervuld wordt, zegt niks over hun status.

Er wordt echter wel een oorzakelijk verband gelegd tussen de eerste 69 weken en de laatste week. En is het dan niet zo dat de tijd van de Gemeente juist die tijd opvult, namelijk tussen de 69e week en de 70e week? De zogenoemde breuk? Ook hiervan is geen sprake in de profetie. De profetie legt juist uit dat de Messias uitgeroeid wordt NA de 69e week. Dat Israël toen nog steeds Gods volk was, blijkt wel uit het feit dat Christus voor de zijnen is gestorven om hen die onder de wet waren te verlossen (Galaten 4:4,5). Het einde van de 69e week zegt niks over het einde van Israël als zijnde Gods volk en dus zegt het begin van de 70e week niks over het feit of Israël wel of niet Gods volk is.

Paulus koppelt het ingaan van de volheid van de heidenen aan het zalig worden van geheel Israël en niet aan een overblijfsel.

Want indien gij afgehouwen zijt uit den olijfboom, die van nature wild was, en tegen nature in den goeden olijfboom ingeënt; hoeveel te meer zullen deze, die natuurlijke (takken) zijn, in hun eigen olijfboom geënt worden? Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob. En dit is hun een verbond van Mij, als Ik hun zonden zal wegnemen. (Romeinen 11:24-27)

Paulus spreekt in dit gedeelte over takken die afgehouwen zijn uit – de van nature wilde boom –, namelijk over de heidenen die tot geloof gekomen zijn. Zij zijn in de goede olijfboom geënt. En uit diezelfde goede olijfboom zijn natuurlijke takken afgehouwen, namelijk de ongelovige Joden.(Rom.11:20) Er is voor een deel verharding over Israël gekomen en dat is tot op de dag van vandaag nog steeds zo.
Paulus legt uit dat de verharding over Israël tijdelijk is, namelijk totdat de volheid van de heidenen is ingegaan. Vervolgens legt Paulus uit hoe Israël zalig zal worden, namelijk doordat de Verlosser uit Sion zal komen en de goddeloosheden zal afwenden. Dus wanneer de Heere nederdaalt uit Sion, dat in de hemel is, dan zal geheel Israël zalig worden. En dit nederdalen is pas na de nog komende verdrukking, zoals gebleken is uit Matthéüs 24. Logischerwijze is Israël in de 70e week nog niet geheel zalig en dus ook nog niet Gods volk.

Over de verharding van Israël moest Jesaja profeteren en hij vroeg daarbij hoelang dit zou zijn:

Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet. Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze. Toen zeide ik: Hoe lang, Heere? En Hij zeide: Totdat de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner zij, en de huizen, dat er geen mens zij, en dat het land met verwoesting verstoord worde. (Jesaja 6:9-11)

Deze profetie wordt in het Nieuwe Testament toegepast op het verharde deel van Israël (Matthéüs 13:14-15, Handelingen 28:25-27). Jesaja vraagt “hoelang” en dan is het verrassende antwoord: “Totdat de verwoesting compleet zal zijn.” Deze verwoesting komt overeen met de grote verdrukking, zoals we vinden in Matthéüs 24:15-29. En deze grote verdrukking zal afgelopen zijn voordat de Zoon des Mensen zal nederdalen van de Hemel (Matthéüs 24:29-30). Dus ook in de profetie van Jesaja wordt de gedachte bevestigd dat de verharding tijdelijk is en dat deze voortduurt tot en met de 70e week, waarin de verwoesting zal plaatsvinden. En daarna komt de omkeer voor het volk.

Ook is er een analogie met de volgende woorden van de Heere Jezus:

Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild. Ziet, uw huis wordt u woest gelaten. Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend (is) Hij, Die komt in den Naam des Heeren (Matthéüs 23:37-39).

De Heere Jezus legt uit dat hun huis woest wordt gelaten en Hij onderbouwt dat met dat ze Hem niet zullen zien, totdat ze zullen zeggen: gezegend is Hij die komt in de Naam van de Heere. Wanneer ze Hem zullen zien, vinden we terug in de Openbaring van Jezus Christus.

Zie, hij komt met de wolken, en alle ogen zullen hem zien, ook die hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over hem weeklagen. Ja, amen (Openbaring 1:7).

Dit nederdalen op de wolken, waarbij elk oog Hem zal zien, wordt ook door de Heere Jezus zelf voorzegt:

En alsdan zal aan de hemel verschijnen het teken van des Mensen Zoon; en dan zullen al de geslachten der aarde weeklagen, en zullen des Mensen Zoon zien komen op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid
(Matthéüs 24:30).

En juist in de context van Matthéüs 24 zegt de Heere Jezus dat dit zal zijn in de dagen na de grote verdrukking. En daarmee wordt bepaald dat Israël de Heere Jezus niet eerder zal zien dan na de grote verdrukking. Wanneer Israël dan ook weer Gods volk wordt, is opgeschreven door de profeet Maleachi.

En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient.
Dan zult gijlieden wederom zien, (het onderscheid) tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.
Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen.
Gedenkt der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, der inzettingen en rechten.
Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal
(Maleachi 3:17 - 4:5).

In die dag die de Heere maken zal, zal Israël weer een eigendom van de Heere zijn. En uit de context blijkt duidelijk dat dit de dag des Heeren is. Wanneer vangt die dag aan? Ten eerste staat erbij dat Elia komt nog voordat die dag des Heeren begint. Maar wanneer we Joël 2 lezen, krijgen we nog een beter beeld:

De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt (Joël 2:31).

De hemeltekenen komen we ook tegen in de profetie aangaande wat er zal geschieden voordat de Heere Jezus zal terugkomen:

En terstond na de verdrukking dier dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worde (Matthéüs 24:29).

En dit bepaalt ons erbij dat de dag des Heeren pas aanbreekt in de dagen nadat de grote verdrukking is afgelopen. In Matthéüs 24:30 staat dat na de hemeltekenen de Zoon des Mensen zal nederdalen en dit komt overeen met de woorden van Paulus dat Israël op die manier zalig zal worden. Op de dag des Heeren wordt ingegaan in deel IV (De dag des Heeren komt onverwacht).

De bekering van Israël zal zijn wanneer de toekomst des Heeren aangebroken is en Hij geopenbaard wordt. Dit is in de dagen na de grote verdrukking, zoals gebleken is uit Matthéüs 24. Ten tijde dat de Heere Jezus nederdaalt, zullen wij Hem tegemoet gaan in de lucht, zodat wij met Hem geopenbaard zullen worden in heerlijkheid. Zie hiervoor deel I en deel II.

 

Zijlijn

Ook de leringen die stellen dat Israël weer Gods volk is, wanneer de 70e week aanbreekt, onderwijzen dat dan niet geheel Israël zal zalig worden, maar dat er slechts een overblijfsel gered zal worden. En wanneer er sprake is van overblijfsel, is er geen reden om aan te nemen dat de Gemeente niet meer op aarde is. Want een gelovig overblijfsel uit Israël was er in de dagen van Paulus en daar maakte hij zelf deel van uit (Romeinen 9-11). Samen met de gelovigen uit de heidenen vormt dit juist de Gemeente. Een gelovig overblijfsel uit Israël kenmerkt juist onze tijd en sluit de aanwezigheid van de Gemeente op aarde geenszins uit.