Vervreemd van het burgerschap Israels

Inleiding

Wie de brief aan de Efeziërs bestudeerd heeft, weet waar bovenstaande titel over gaat. Het is een zinsnede uit het gedeelte dat gaat over de positie, die de Efeziërs hadden, voordat ze tot geloof gekomen waren. De zinsnede is omstreden vanwege het woordje ‘vervreemd’, dat volgens sommige leringen zou slaan op het feit, dat de Efeziërs vroeger bij het burgerschap van Israël hebben behoord. In dit artikel wordt deze visie nader bekeken.

Context

Wanneer we de context erop naslaan, dan gaat het in dit gedeelte over de gelovige Efeziërs. Aan het begin van de brief worden zij als volgt geïdentificeerd:

Paulus, een apostel van Jezus Christus door de wil van God, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus die in Efeze zijn (Efeze 1:1).

Paulus roept deze groep gelovigen ertoe op om terug te denken aan de staat waarin ze waren, voordat ze tot geloof zijn gekomen en in welke staat ze nu zijn door Christus Jezus:

Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen. Bedenk daarom dat u die voorheen heidenen was in het vlees en die onbesnedenen genoemd werd door hen die genoemd worden besnijdenis in het vlees, die met de hand gebeurt, dat u in die tijd zonder Christus was, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen wat betreft de verbonden van de belofte. U had geen hoop en was zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen (Efeze 2:10-13). 

De Efeziërs waren:

  • Heidenen in het vlees
  • Zonder Christus
  • Vervreemd van het burgerschap van Israël
  • Vreemdelingen van de verbonden van de belofte
  • Geen hoop
  • Zonder God in de wereld
  • Verre

Paulus benoemt uitgebreid de status, die zij hadden, voordat zij tot geloof kwamen en noemt daartussen dat zij vervreemd waren. Als we dit binnen de context bekijken, dan kan dit ‘vervreemd zijn’ niet zonder meer betekenen, dat de Efeziërs ooit bij het burgerschap van Israël hebben behoord. Want in dezelfde opsomming schrijft Paulus expliciet, dat zij vreemdelingen zijn van de verbonden van de belofte. Dit is dan zeer tegenstrijdig, want als men ooit vervreemd is geraakt van het burgerschap van Israël, dan is men toch zeker niet vreemd van de verbonden van de belofte? Het feit dat Paulus ook benoemt, dat zij zonder Christus waren, geeft duidelijk weer, dat hij het heeft over de status, die zij hadden, voordat zij tot Christus gingen behoren. Hij beschrijft dus niet, dat zij ooit heidenen waren geworden, maar juist dat zij heidenen waren. 

Ook wanneer we de gehele brief aan de Efeziërs tegen het licht houden, is er verder geen verwijzing naar de status, die zij hadden, voordat zij heidenen waren geworden. De leer, dat zij afstammen van de Israëlieten, die ondertussen heidenen zijn geworden, is suggestief en wordt uit de context van de brief niet onderbouwd. 

 

Grondtekst vervreemd

In de context is er maar één woordje, dat lijkt te wijzen op een status, die zij hadden, voordat zij heidenen werden en de rest van de opsomming wijst op de status, die zij hadden, voordat zij christen werden. Binnen de context lijkt het woord ‘vervreemd’ dus niet te slaan op de status, die zij hadden, voordat zij heiden werden, maar op de status, die zij hadden als heiden, voordat zij christen waren. Is het woord wellicht verkeerd vertaald? 

 

Het grondwoord voor vervreemd is “apallotri’o-oo”. Dit woord is samengesteld door “a’po” en een afleiding van “al’lotrios”. Het woord “a’po” betekent “van scheiding”. Het woord “al’lotrios” betekent “een ander toebehoren” of “vreemd”. De vertaling vervreemd is dus wel merkwaardig, omdat dit in het Nederlands lijkt te wijzen op het feit, dat iemand ergens van vervreemd is geraakt. Echter, er staat enkel dat men ergens van gescheiden is en dat men er niet bij hoort en dus vreemd is. De verschillende vertalingen van dit woord zijn:

  • Vervreemd (Statenvertaling, Herzien Statenvertaling) 
  • Uitgesloten (Luther, NBG51, NLB)
  • Vreemd (Telos)
  • Verstoken (Naardense Bijbel)
  • Aliens (AV King James & Darby)

Dat het woord “apallotri’o-oo” impliceert dat men ergens eerst bij heeft gehoord en er later van gescheiden is geraakt, blijkt niet uit de etymologie (herkomst woord) van het woord. Ook hebben de verschillende vertalers het anders geïnterpreteerd. 

Binnen de context zou het logischer zijn, dat het gaat over de Efeziërs, die eerst verstoken waren van het burgerschap van Israël en dat ze dit door het geloof in Jezus Christus niet meer zijn. 

 

Schriftvergelijking

Een woord krijgt zijn betekenis in de context, waarin dit gebruikt wordt. Uit bovenstaande blijkt dat de context gaat over de status die de heidenen hadden, voordat zij christenen waren. Het gaat niet over de status die zij hadden, voordat zij heidenen geworden waren. Dus binnen de context passen de vertalingen zoals uitgesloten, verstoken en vreemd beter. 

Een andere methode om te onderzoeken, wat Paulus toch met dit woord “apallotri’o-oo” wil zeggen, is door de andere Schriftgedeeltes te bekijken, waar hij dit woord “apallotri’o-oo” ook gebruikt. Het woord komt nog tweemaal voor in de Bijbel. Ten eerste in de Efeze-brief zelf, waar Paulus schrijft:

Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken, verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart. Zij hebben zich, ongevoelig als ze zijn geworden, overgegeven aan losbandigheid, om alle onreinheid begerig te bedrijven. Maar u hebt Christus zo niet leren kennen (Efeze 4:17-20).

Waar Paulus in hoofdstuk 2 een vergelijking maakt met de status, die de Efeziërs hadden, toen ze heidenen waren, betrekt hij er hier ook hun heidense wandel bij. Zij zouden niet meer wandelen op de manier zoals de andere heidenen (die nog niet bekeerd zijn) wandelen. 

De andere heidenen:

  • Wandelen in de ijdelheid van hun gemoed
  • Zijn verduisterd in het verstand
  • Zijn vervreemd van het leven vanuit God 
  • Zijn ongevoelig geworden
  • Hebben zichzelf overgegeven aan losbandigheid
  • Bedrijven begerig onreinheid 

Als het woord ‘vervreemd’ betekent, dat men ergens eerst wel bij behoord heeft, maar nu niet meer, dan zou dat hier betekenen, dat de andere heidenen eerst bij het leven vanuit God hebben behoord en nu niet meer. Maar ook hier is dat niet de context. Als Paulus daar op zou doelen, zou hij over de heidenen ook schrijven: ‘zij zijn gaan wandelen in de ijdelheid van hun gemoed’ i.p.v. ‘zij wandelen in de ijdelheid van hun gemoed’ en ook ‘zij zijn verduisterd geworden’ i.p.v. ‘zij zijn verduisterd’. Aangezien hij dit zo niet benoemt, wijst het erop dat het ook hier gaat over de status en wandel, die de heidenen hebben, zolang zij Christus niet kennen. Het gaat ook hier niet over hoe de heidenen in deze status zijn beland. 

De oorzaak van het 'vervreemd zijn' is volgens Paulus gelegen in onwetendheid. Dit wijst er nogmaals op dat Paulus met dit woord ‘vervreemd’ niet bedoelt, dat men ergens eerst bij behoord heeft, want dan kan de oorzaak niet onwetendheid zijn. Dat de oorzaak ligt in onwetendheid wijst er dus op, dat ze er vreemd van zijn en God nog niet kennen. 

Ook hier zou vervreemd beter vertaald kunnen worden met ‘vreemd’ of ‘gescheiden van’, want het gaat hier niet over een specifieke groep, maar over alle heidenen in vergelijk met de gelovige in Christus. 

In de parallelle brief aan de Kolossenzen past Paulus het woord ‘vervreemd’ nogmaals toe in dezelfde context. 

En dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn. En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals bleek uit uw slechte daden, nu ook verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood, om u heilig en smetteloos en onberispelijk voor Zich te plaatsen (Kolossenzen 1:20-22).

Net als in de Efeze-brief, schrijft Paulus ook hier over de status, die zij eerst hadden, voordat ze tot geloof kwamen. Ze waren vijanden en ze waren vervreemd. Er staat dus niet vervreemd geworden, maar ze waren vervreemd. Er staat eveneens niet vijanden geworden, maar er staat dat ze vijanden waren. Dus ook hier past het beter om met ‘vreemd’ te vertalen, omdat het er niet om gaat, dat men in de status ooit gekomen is, maar dat men ooit in die status was. 

Israël

De conclusie die getrokken mag worden, is dat het vervreemd slaat op een positie, die wij hadden, voordat wij tot geloof kwamen. Hoe we daar gekomen waren, doet niet zoveel ter zake. Het gaat nu om wie wij zijn in Christus. Het oude leven, het vlees, de afstamming heeft daar geen invloed op. 

Wij zijn dus niet meer vervreemd, maar dichtbij gekomen bij het burgerschap van Israël. Want Paulus schreef:

Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken. En opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is (Efeze 2:13-20).

Er was een scheiding tussen Israël en de heidenen en dat werd in stand gehouden door de wet. Het Israël, waar Paulus dus op doelt, leefde voorheen onder de wet van Mozes. Met het burgerschap van Israël doelt Paulus dus op het feit, dat Israël uitverkoren was van de andere volken als Gods eigen volk. Daarvan waren de heidenen uitgesloten. Maar sinds de dood en opstanding van Christus is dat voorgoed veranderd. De wet, die deze scheiding in stand hield, is niet meer van kracht. 

De weg is sindsdien open voor de heidenen, om net als Israël, bij het volk van God te horen. Het is niet meer scheiding op grond van geboorte, maar op grond van wedergeboorte. Door wat Jezus Christus gedaan heeft, zijn de gelovigen uit Israël verenigd met de gelovigen uit de heidenen. Wij gelovigen uit de heidenen waren verre en zijn nu dichtbij gekomen en zijn zelfs medeburgers geworden van Gods volk. 

Tot slot

Het is dus een zegen voor ons, gelovigen uit de heidenen, dat wij door Christus niet meer gescheiden zijn van het volk van God. Dat is waar we even stil bij zouden staan. Het is dan ook jammer dat sommige leringen het woord ‘vervreemd’ anders hebben geïnterpreteerd. Hierdoor wordt de eigenlijke betekenis niet meer gelezen en onderwezen. De bedoeling van bovenstaand schrijven is om dit te weerleggen, zodat we gaan lezen wat er eigenlijk bedoeld wordt en dat we ons daarin kunnen gaan verblijden.