Ruth en de verlossing

(Noot: Bij het citeren van de teksten is gebruik gemaakt van de Herziene Statenvertaling.)

Het verhaal van Ruth speelt zich af in de dagen van de Richteren. In die dagen was er geen koning in Israël en iedereen deed wat goed was in zijn ogen. Het verhaal begint bij Elimelech en zijn vrouw Naomi. Ze vertrekken samen met hun twee zoons naar Moab, omdat er in hun eigen land Israël hongersnood is. Tijdens hun verblijf in het buurland overlijdt Elimelech en blijft Noami over met haar zoons Machlon en Chiljon. Haar zoons vinden allebei een vrouw, namelijk Ruth en Orpa. Maar na 10 jaar overlijden ook de beide zoons van Noami en blijft ze over met haar twee schoondochters. 

Op dat moment kiest Noami er voor om terug te keren naar Bethlehem, omdat ze gehoord heeft dat God weer naar het volk omkijkt. Haar beide schoondochters willen met haar meegaan, maar Naomi probeert ze ervan te overtuigen niet met haar mee te gaan. Orpa kiest dan om in Moab te blijven, maar Ruth laat zich niet overtuigen en belijdt haar verbintenis met Naomi op de volgende manier:

Maar Ruth zei: Dring er bij mij niet langer op aan u te verlaten en terug te gaan, bij u vandaan. Want waar u heen gaat, zal ik ook gaan, en waar u overnacht, zal ik overnachten. Uw volk is mijn volk en uw God mijn God. Waar u sterft, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEERE mag zó en nog veel erger doen: voorzeker, alleen de dood zal scheiding maken tussen mij en u. (Ruth 1:16, 17).

Dit zijn uitzonderlijke woorden voor een vrouw in haar positie, want Naomi had Ruth niets te bieden. Ze verbindt zich niet alleen aan Naomi, maar ook aan haar reizen, verblijfplaats, volk, God en sterfplaats. En wat de impact is van haar woorden van verbintenis wordt verderop duidelijk.

Als Naomi en Ruth in Bethlehem komen, wordt Naomi na 10 jaar nog steeds herkend en vraagt Naomi om haar “bittere” (Mara) te noemen, omdat ze vindt dat God haar grote bitterheid heeft aangedaan. Maar er is nog steeds hoop, ook voor de twee weduwen.

Geregeld bij wet

Voor het zorgen voor de vreemdelingen, de weduwen en de armen onder het volk waren er voorschriften in de wet van Mozes. Het was bij wet geregeld dat zij bij de oogst het koren dat achterbleef op het veld voor zichzelf mochten oprapen (Lev. 19:9-10; 23:22) en dat er voor hen gezorgd moest worden (Deut. 24:17-22). Deze wetten zorgden ervoor dat ze niet omkwamen van de honger. Hiernaast was er nog een wet die voor de beide weduwen hoop bood. Het was de wet van de losser, waardoor een familielid verplicht was om een schuld te betalen van een ander familielid als die zijn land had moeten verkopen (Leviticus 25:25). Al deze wetten worden toegepast in het verhaal van Ruth. 

Namen

De betekenis van de namen in het verhaal van Ruth:

Elimelech = mijn God is koning
Naomi = Mijn liefelijkheid, mijn genot
Mara = bitterheid 
Orpa = Gazel, nek van dier
Chiljon = smachtend (wegkwijnen)
Ruth = schoonheid 
Machlon = ziek, zwak
Obed = dienende
Moab = “van/uit zijn vader”

zulk een (SVV) = u daar, hoe u ook heet (HSV) =
ploni almoni

Een voorbeeld voor ons

Wanneer Naomi en Ruth terugkomen in Bethlehem, stelt Ruth voor om aren te gaan verzamelen op de velden. Bij toeval komt Ruth op de akker van Boaz terecht en Boaz blijkt heel goed op de hoogte van het wel en wee van Naomi en Ruth. Hij dringt er bij Ruth op aan om op zijn veld te blijven bij zijn arbeiders. Zij mag ook van zijn water en brood nemen. Dit volgt uit het feit dat hij ook blijkt te weten van de verbintenis die Ruth aangegaan is met Naomi. Hij zegt daarover:

Boaz antwoordde en zei tegen haar: Het is mij allemaal verteld, alles wat u na de dood van uw man voor uw schoonmoeder gedaan hebt, en hoe u uw vader en uw moeder en uw geboorteland hebt verlaten en naar een volk bent gegaan dat u voorheen niet kende. Moge de HEERE uw daad vergelden, en moge uw loon volkomen zijn van de HEERE, de God van Israël, onder Wiens vleugels u gekomen bent om toevlucht te nemen. (Ruth 2:11,12)

Hier wordt duidelijk wat de impact was van de woorden waarmee Ruth zich had verbonden aan Naomi. Het is voor Boaz een reden om haar te zegenen met daden en woorden, omdat zij haar thuis heeft verlaten om goed te doen aan Naomi. Maar Boaz  noemt ook het feit dat zij naar zijn volk is gekomen en dat zij toevlucht heeft gezocht onder de vleugels van God. En op grond daarvan wenst hij haar toe dat God haar een vol loon geeft.

Wat Ruth doet, het verlaten van haar familie en land en haar verbinding met de God van Israël, maar ook de zegen die daarop volgt, wijst op een parallel die wij hebben in de verbinding tot onze God. 

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen, en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden tot het eeuwige leven. Als iemand Mij dient, laat hij Mij volgen, en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn. En als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren. (Johannes 12:24-26, HSV).

De Heere Jezus vergelijkt Zichzelf met een tarwekorrel die in de aarde moet vallen en sterven om veel vrucht te kunnen dragen. Dit is wat Hij deed in Zijn verlossingswerk en wij zijn deel van Zijn vrucht. Hij is hierin een voorbeeld voor ons die bereid moeten zijn om ons tijdelijke bestaan op te geven om het eeuwige bestaan te kunnen krijgen. 

Dat betekent in de eerste plaats niet letterlijk sterven, maar in de praktijk veel meer de wil van God boven ons eigen wil stellen. En dat betekent dat wij dienaren zijn die ons aan Christus hebben verbonden. Waar Hij is, zullen ook wij zijn. En op die verbinding met Christus volgt dat God de Vader ons zal eren, net zoals bij Ruth.

Velen hebben de keuze om de Heere Jezus te volgen wel gemaakt, maar het is toch altijd goed om hier weer eens bij stil te staan. Hoe vaak vergeten we niet dat wij Hem toebehoren en dat we onze plannen en tijd in Zijn handen zouden leggen. Durven wij nog net zo radicaal te zijn als Ruth?

De verlossing

Als Ruth thuiskomt met de aren die ze verzameld heeft, wordt Naomi nieuwsgierig naar waar ze zoveel heeft kunnen verzamelen. Wanneer Ruth vertelt dat ze bij Boaz op het veld was, gaat Naomi over in lofprijzing van God. Zij weet dat Boaz een familielid is en dat hij ook in aanmerking komt om haar schuld in te lossen, door haar land voor haar terug te kopen. 

Dat de liefde van Ruth voor Naomi uit haar hart komt, blijkt uit het feit dat ze het advies van Naomi opvolgt. Naomi adviseert om Boaz op te zoeken als hij gaat slapen. Ze moet aan zijn voeteneinde onder de deken gaan liggen en horen wat hij tot haar zegt. Terwijl ze daar ligt, schrikt Boaz wakker en vraagt aan haar wie ze is. Als ze dit vertelt, vraagt ze hem ook om voor haar te zorgen, omdat hij volgens de wet de losser is.

Boaz bevestigt dat hij de losser is, maar legt daarbij ook uit dat er iemand anders in de familie is die nauwer verwant is met Naomi. Die komt als eerste aan de beurt om Naomi en Ruth te lossen. Als die ander niet willen lossen, dan doet Boaz het.

Wanneer Boaz de volgende ochtend die andere losser opzoekt, legt Boaz hem uit dat hij de losser van Naomi is om de schuld in te lossen van het land van Naomi. Deze andere losser geeft aan dat hij het land zal lossen en daarmee zijn verplichting volgens de wet zal voldoen (Leviticus 25:25). Boaz voegt er vervolgens aan toe dat hij hierdoor ook verplicht is om nageslacht te verwekken bij Ruth. 

De andere losser trekt de conclusie dat hij niet in staat is om de schuld in te lossen, omdat het verwekken van nageslacht bij Ruth nadelig kan zijn voor zijn eigen erfenis. Vervolgens verwisselt Boaz met de andere losser van positie. Dat doet hij onder getuige van tien oudsten. En hij bevestigt daarbij dat hij ook nageslacht zal verwekken bij Ruth. Dat nageslacht zal het land erven.

En voor de twee weduwes die alle hoop verloren hadden, veranderde hierdoor alles. Boaz kocht het land en Ruth raakte zwanger en baarde een zoon. Deze zoon kreeg de naam Obed en is de grootvader van koning David. Uiteindelijk komt de geslachtslijn, waarbij Ruth deze bijzondere rol heeft, uit bij de ware Verlosser Jezus Christus. En Hij werd geboren in die plaats, waar het zich allemaal afspeelde, namelijk Bethlehem. 

De typologie van het verhaal

Met typologie wordt doorgaans bedoeld dat een verhaal of een persoon in het Oude Testament een uitbeelding is van een persoon of gebeurtenis in het Nieuwe Testament. En dat het verhaal van de verlossing van Naomi en Ruth een parallel heeft in het Verlossingsverhaal van Jezus Christus, waaraan elke gelovige deel heeft gekregen, is duidelijk. Dit is zo duidelijk dat er menig variant van uitleg is. Het is dan ook niet meteen een kwestie van goed of fout, wanneer men verschillende visies vergelijkt. Een gezonde visie zoekt parallellen tussen twee verhalen, zonder af te doen of toe te voegen aan een van beide. 

Dat Boaz in zijn positie als losser een uitbeelding is van Jezus Christus de Verlosser wordt door iedereen wel herkend. Boaz verloste Naomi en Ruth van hun schuld en handelde daarbij volgens de wet. Het was Jezus Christus Die ons verloste van onze schuld (Col. 1:14) en ook Hij handelde daarbij eveneens volgens de wet (Matth. 5:17). Hij kocht ons en verloste ons door Zijn bloed. 

Ruth verbond zich eerst met het volk Israël en hun God en werd daarna verlost door Boaz. Vervolgens bracht ze nageslacht voort. Ruth is hiermee een uitbeelding van de gelovige uit de heidenen die zich aan het volk van God had verbonden, voordat de verlossing door Jezus Christus kwam. Dit komt sterk overeen met de hoofdman over honderd van wie zijn dienstknecht genezen werd door de Heere Jezus (Lukas 7:1-10). De verbinding met het volk blijkt uit het feit dat deze hoofdman het volk Israël zo lief had dat hij voor hen een Synagoge had gebouwd (Lukas 7:5). En dat hij een gelovige was, blijkt uit de volgende woorden van de Heere Jezus over hem:

Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich over hem, en Hij keerde Zich om en zei tegen de menigte die Hem volgde: Ik zeg u: Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden. (Lukas 7:9)

Een ieder die in Jezus Christus gelooft, heeft het eeuwige leven (Joh. 6:47). De hoofdman werd door zijn geloof en op grond van het verlossingwerk van Jezus Christus gered. En dat principe wordt ook in het verhaal van Ruth uitgebeeld.

Het verwekken van nageslacht bij Ruth is een uitbeelding van het voortbrengen van eeuwig leven in de gelovige. Ruth staat hierin voor de gelovige uit de heidenen, maar het nageslacht van Ruth was ook voor Naomi. Zij beeldt juist het gelovig overblijfsel uit Israël uit, omdat zij al bij het volk hoorde. Dit gelovige overblijfsel uit Israël vormt samen met de gelovigen uit de heidenen de gemeente (Rom. 9:24). Naomi en Ruth zijn dan gezamenlijk een uitbeelding van de Gemeente in onze dagen.

In het verhaal van Ruth komt nog een tweede losser voor, die wel de schuld wil lossen (en het dus ook kan), maar ervan afziet als hij begrijpt dat het ook een verplichting met zich mee brengt. Hij moet namelijk nageslacht voortbrengen. Deze andere verlosser komt wel eerder aan de beurt om te mogen verlossen. 

Die andere verlosser is een uitbeelding van de hogepriester van het Oude Testament, die de gelovige wel bediende in de reiniging van het vlees (Hebr. 9:13), maar geen eeuwig leven bij de gelovige kon voortbrengen. Door het bloed van bokken en kalveren kon hij wel het vlees reinigen en heiligen, maar dat bloed moest elke keer weer opnieuw gebracht worden voor de zonde (Hebr.10:11). Hij kon wel lossen, maar eigenlijk ook weer niet, want het was geen definitieve verlossing. Hij kon wel voor de schuld betalen, maar niet het eeuwige leven voortbrengen. 

Boaz is daarentegen de uitbeelding van Jezus Christus, de Hogepriester van het Nieuwe Verbond Die door Zijn eigen bloed een eeuwige verlossing tot stand gebracht heeft (Hebr. 9:12). Jezus Christus bracht het eeuwige leven voort.  

Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heils goederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.(Hebreeën 9:11,12).

Dat Boaz bij name genoemd wordt en de andere losser juist naamloos blijft, geeft uitdrukking aan het feit dat er onder het oude verbond steeds een ander persoon de rol van hogepriester op zich moest nemen. De hogepriesters onder het oude verbond waren allemaal wel een afstammeling van Aaron, maar ze waren allemaal sterfelijk. Het was daarmee niet één specifiek persoon die die rol vervulde en dus ook niet één specifieke naam. Ze hadden allemaal wel de relatie met Aaron, zoals “Ploni Almoni” die had met Boaz en Naomi. Maar de priesters kunnen niet met één naam genoemd worden. 

Bij Jezus Christus is dat totaal anders, Hij heeft de Naam boven alle Naam en Hij heeft het Eeuwige Priesterschap en wordt nooit meer vervangen. (Hebreeën 7:28). In het volgende tekstgedeelte wordt het eeuwige priesterschap van Christus tegenover tijdelijke van de priesters gezet:

En zij zijn wel in groten getale priester geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden altijd te blijven, maar Hij, omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat. Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. (Hebreeën 7:23-25).

Onze redding is in niemand anders dan Christus, want er is geen andere Naam gegeven, waardoor wij gered worden.  

Tot slot

Wij hebben door Jezus Christus de zegeningen, de verlossing van zonde en het eeuwige leven ontvangen. Uit het verhaal van Ruth begrijpen we onze verloren staat, waarin wij verkeerden en de noodzaak van onze bekering om de verlossing van Jezus Christus aan te nemen. En dit alles stemt ons tot dankbaarheid voor wat Hij voor ons gedaan heeft. 

GB