Melk en vast Voedsel II

(in de Statenvertaling  staat 'spijs')

Deel 2

De vraag die we nog moeten beantwoorden is:
Wat is melk en wat is vast voedsel?
Ik heb nergens in de Bijbel een definitie van melk of vast voedsel kunnen vinden, maar wel wat melk tot doel heeft nl. ons te brengen tot volwassenheid, tot het onderscheiden van goed en kwaad. Alle Woord (onderwijs) wat ons tot volwassenheid brengt, is melk.

En waar voedt de volwassene zich mee? Volgens 1 Korinthe 2 is dit: Wijsheid!
En wij spreken wijsheid onder de (geestelijk) volwassenen (1 Korinthe 2:6a)

Even terug naar Petrus:

Leg dan af alle slechtheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij. En verlang vurig, als pasgeboren kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien, indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is, en kom naar Hem toe (als naar) een levende steen, die wel door (de) mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren (en) kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd (tot) een geestelijk huis, (tot) een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door Jezus Christus. (1 Petrus 2:1-5)

Door de melk zouden wij opgroeien tot een geestelijk huis en priesterschap, om geestelijke offers te brengen.
Vers 9 zegt dat het doel is om de deugden van Jezus Christus te verkondigen. Het gaat weer over de praktijk van het leven.

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God (Zich) tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, (1 Petrus 2:9)

In de verzen die dan volgen spreekt Petrus over de levenswandel. Over goed en kwaad.

Geliefden, ik roep u op als bijwoners en vreemdelingen u te onthouden van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen de ziel. Houd uw levenswandel onder de heidenen goed; opdat zij die nu van u kwaadspreken als van kwaaddoeners, door de goede werken die zij in u waarnemen, God verheerlijken mogen op de dag dat er naar hen omgezien wordt. (1 Petrus 2:11-12)

Als wij onze zinnen geoefend hebben om onderscheid te maken tussen goed en kwaad, zijn wij volwassen (Hebreeën 5:14).

In de brief aan de Kolossensen spreekt Paulus over vleselijk denken.

Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus. Laat u niet de prijs ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en engelenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken, en zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het hele lichaam, dat van banden en pezen voorzien is en daardoor samengevoegd, opgroeit door de groei die van God komt. (Kolossensen 2:16-19)

 Als u dan met Christus de grondbeginselen van de wereld bent afgestorven, waarom laat u zich dan, alsof u nog in de wereld leeft, bepalingen opleggen (als): Pak niet, proef niet en raak niet aan (andere vertalingen: raak niet, smaak niet, roer niet aan)? Dit zijn allemaal dingen die door het gebruik vergaan; (ze zijn ingevoerd) volgens de geboden en leringen van de mensen. Deze (dingen) hebben wel een (schijn) reden van wijsheid, door eigenwillige godsdienst en nederigheid, en verachting van het lichaam, maar ze zijn zonder enige waarde (en dienen) tot verzadiging van het vlees. (Kolossensen 2:20-23)

Hebreeën 9:10 noemt dit: "vleselijke verordening ". (Het betrof hier) alleen voedsel en dranken en verscheidene wassingen, vleselijke verordeningen, die opgelegd waren tot op de tijd van de betere orde. (Hebreeën 9:10)

 Deze dingen zouden wij dus niet doen, maar opgroeien in Christus tot volwassenheid, zoals Kolossensen 3 impliceert:

Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek (dan) de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechter (hand) van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn (en) niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. (Kolossensen 3:1-4)

Kolossensen 3 vervolgt dan met een aantal praktische zaken: o.a. het afleggen van toorn, woede, slechtheid, laster en leugen (vers 8-9). En het aandoen van (bekleden met) innerlijke gevoelens van ontferming, vriendelijkheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld, verdragen, vergeven, liefde, de band der volmaaktheid (volwassenheid) en vrede (vers 12-15).

Vers 16 spreekt dan ook over de wijsheid van het Woord van Christus. Met deze wijsheid zouden wij elkaar opbouwen in Christus.1 Korinthe 2, waar ik nog op terug zou komen (zie deel I) spreekt ook over deze wijsheid.

En wij spreken wijsheid onder de (geestelijk) volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden. Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; (een wijsheid) die verborgen was (en) die God vóór (alle) eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; (een wijsheid) die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. (1 Korinthe 2:6-8)

Deze wijsheid is verborgen voor de wereld, maar geopenbaard aan de volwassenen. Paulus zegt dan ook:

Aan ons echter heeft God (het) geopenbaard door Zijn Geest (1 Korinthe 2:10a).

En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn. Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid (ons) leert, maar met (woorden) die de Heilige Geest (ons) leert, om geestelijke dingen met geestelijke dingen te vergelijken. (1 Korinthe 2:12-13)

En hij vervolgt in hoofdstuk 3:

En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot mensen die geestelijk zijn, maar als tot mensen die (nog) vleselijk zijn, als tot jonge kinderen in Christus. Ik heb u met melk gevoed en niet met (vast) voedsel, want u kon (dat) nog niet (verdragen); ja, u kunt (dat) ook nu nog niet, want u bent nog vleselijk. (1 Korinthe 3:1-2)
Paulus spreekt wijsheid tot de volwassenen, maar zegt tegen de Korinthiërs dat zij kinderen zijn.

 

Wie zijn volwassenen in het geloof?

Paulus spreekt in Hebreeën 5 over gelovigen, die leraren zouden moeten zijn, maar die weer melk nodig hebben. De leraar is blijkbaar iemand die volwassen is en in staat om anderen te leren. Zo is het ook in het aardse leven. Wij voeden onze kinderen op tot volwassenheid, waarna zij op hun beurt, als zij volwassen zijn, weer de volgende generatie opvoeden tot volwassenheid. Uit dit praktische leven zijn de woorden 'melk' en 'vast voedsel' ontleend. In Handelingen 6:1 lezen wij dat er onenigheid is onder de gelovigen over de verzorging van de Griekssprekende Joden ten opzichte van de Hebreeuwssprekende Joden. De apostelen beslissen het volgende:

Zie daarom uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van wie (men) een (goed) getuigenis (geeft), vol van de Heilige Geest en van wijsheid, die wij voor deze noodzakelijke taak zullen aanstellen. (Handelingen 6:3)

Het moesten dus (geestelijk) volwassenen zijn, die deze praktische taak op zich zouden kunnen nemen. Men zocht geen sociaal en financieel opgeleide gelovigen voor deze taak, maar gelovigen die door de Geest wisten (wijsheid hadden) wat recht en juist was. Zij, die onderscheid hadden tussen goed en kwaad. Jakobus schrijft in overstemming met Paulus het volgende:

Wie is wijs en verstandig onder u? Laat hij uit (zijn) goede levenswandel zijn werken laten zien, in zachtmoedige wijsheid. Wanneer u echter bittere afgunst en eigenbelang in uw hart hebt, beroem u dan niet en lieg niet tegen de waarheid. Dat is niet de wijsheid die van boven komt, maar ze is aards, natuurlijk, duivels. Want waar afgunst en eigenbelang is, daar (heersen) wanorde en allerlei kwade praktijken. Maar de wijsheid die van boven is, is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. En de vrucht van de gerechtigheid wordt in vrede gezaaid voor hen die vrede stichten. (Jakobus 3:13-18)

 Hier lezen we weer dezelfde dingen als in de brief aan de Korinthiërs en de overige brieven.

De kinderen moeten wijsheid leren en het is de taak van de volwassenen om hen in deze wijsheid te onderwijzen door Woord en daad (theorie en praktijk). Een volwassene is iemand die in de praktijk zijn zintuigen heeft geoefend om goed en kwaad te onderscheiden. (Hebreeën 5:14) Jakobus spreekt hierover in termen van zachtmoedige wijsheid; de praktische levenswandel. Hij schrijft eerst over de aardse wijsheid, die demonisch is, waarvan Paulus zegt dat dit de begeerlijkheden (werken) van het vlees zijn (Galaten 3:16 en verder). Daarna noemt Jakobus de wijsheid, die van boven komt: rein, vreedzaam enz. (zie hierboven). Paulus noemt dit de vrucht van de Geest nl. liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Galaten 5:22)
Waar voedt een volwassene zich dus mee? De volwassene houdt zijn geestelijk leven in stand door zich te voeden met wijsheid (1 Korinthe 2:6). Hierover spreekt ook Psalm 1:

Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters, maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE en Zijn wet dag en nacht overdenkt. Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken. (Psalm 1:1-3)

Aan de Gemeenten wordt steeds geschreven dat zij zouden opgroeien tot volwassenheid. Ben je volwassen dan onderhoud (overdenk) je wat je geleerd hebt. Paulus schrijft dit in een paar brieven aan zijn medearbeiders zoals o.a. Timotheüs.

 … en hebben we Timotheüs gestuurd, onze broeder en Gods dienaar en onze medearbeider in het Evangelie van Christus, om u in uw geloof te versterken en te bemoedigen,… (1 Thessalonicenzen 3:2)

De brieven aan Timotheüs, en ook de brief aan Titus, zijn van andere aard dan de brieven aan de Gemeenten. Aan Timotheüs schrijft Paulus o.a.

Laat niemand u minachten vanwege uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geest, in geloof (en) in reinheid. Blijf bezig met het voorlezen, met het vermanen, met het onderwijzen, totdat ik kom. Veronachtzaam de genadegave niet die in u is (en) die u gegeven is door profetie, met handoplegging door de raad van ouderlingen. Overdenk deze dingen, leef erin, opdat uw vorderingen op elk (gebied) openbaar worden. Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen. (1 Timotheüs 4:12-16)

Paulus schrijft dat Timotheüs deze dingen moet overdenken en er in leven. Hij moet volharden in de leer. Deze leer zijn de gezonde woorden van de Heere Jezus Christus.

Als iemand een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heere Jezus Christus en aan de leer die in overeenstemming is met de godsvrucht, dan is hij verwaand, weet niets,… (1 Timotheüs 6:3-4a)

Van alles waarvan Paulus tegen de Gemeenten zegt, dat zij deze dingen moeten leren, zegt hij tegen Timotheüs dat hij een voorbeeld moet zijn (het moet voorleven) en onderwijzen. Timotheüs is een leraar en volwassene.

 1 Timotheüs 4:12 Laat niemand u minachten vanwege uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geest, in geloof (en) in reinheid.

Heel (de) Schrift (is) door God ingegeven en is nuttig om (daarmee) te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren (en) op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust. (2 Timotheüs 3:16-17)

Hem verkondigen wij, terwijl we ieder mens terechtwijzen, en ieder mens onderwijzen in alle wijsheid, opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus. (Kolossensen 1:28)

Is de volwassene dan onfeilbaar of zonder zonde, zoals sommigen beweren? Dit is niet het geval, zoals uit de volgende verzen blijkt: Jakobus zegt dat allen nog struikelen.

U moet niet allemaal leermeesters (willen) zijn, mijn broeders. U weet immers dat wij (dan) een strenger oordeel zullen ontvangen. Want wij struikelen allen in veel opzichten. Als iemand in woorden niet struikelt, is hij een volmaakt man, die bij machte is om ook het hele lichaam in toom te houden. (Jakobus 3:1-2)

Paulus, bij uitstek een volwassene, geeft aan dat hijzelf niet vindt dat hij al volmaakt is. Let wel: Hij legt zich hier echter niet bij neer, zoals sommigen doen ("ik ben nu eenmaal zo"), maar hij blijft naar het doel jagen.

Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen. Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus. Laten wij dan, die (geestelijk) volwassen zijn, deze gezindheid hebben; en als u iets anders gezind bent, ook dat zal God u openbaren. (Filippenzen 3:12-15)

Paulus heeft het in 1 Korinthe 3:9-15 over zichzelf en Apollos. Hij zegt in vers 6: "Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien". Dan stelt hij in vers 9 dat hij en Apollos Gods medearbeiders zijn en dat de Korinthiërs God akkerwerk en Gods gebouw zijn. Paulus heeft het fundament gelegd en Apollos en anderen bouwen daarop (zie ook Efeze 2:20-22). Dit werk zal door het vuur beproefd worden.

Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú. Overeenkomstig de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt daarop. Ieder dient er echter op toe te zien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus. Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi (of) stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij (op het fundament) gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen. (1 Korinthe 3:9-15)

Paulus past bovenstaande toe op zichzelf en Apollos ter wille van de Korinthiërs, opdat zij van hen zouden leren "niets te bedenken boven wat geschreven staat, opdat niemand zich ten gunste van de een boven de ander verheft." (1 Korinthe 4:6). Het antwoord op de vraag "is de volwassene feilloos" moet 'nee' zijn. Paulus acht zichzelf in ieder geval niet feilloos. God zal zijn werk moeten beoordelen (1 Korinthe 4:5)

Een voorbeeld hiervan hebben wij ook in de persoon van Salomo. Er was niemand zo wijs als hij. Lees maar de rechtspraak tussen de 2 moeders en hun kinderen (1 Koningen 3:16-28) en daarnaast de Spreuken van Salomo, de Prediker en het Hooglied. Maar toch werd hem het koninkrijk afgenomen, omdat hij de afgoderij van zijn vrouwen toeliet en ook zelf deze goden ging vereren. (1 Koningen 11:1-13) Laten wij een les leren, en ons niet boven een andere broeder/zuster verheffen. Misschien toont de andere broeder/zuster in zijn of haar leven wel meer vrucht van de Geest, dan degene die meent meer kennis te hebben of geestelijker te zijn dan de ander.

Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand (weer) terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt. Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus. Want als iemand denkt iets te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf. Maar laat ieder zijn eigen werk beproeven; dan zal hij alleen voor zichzelf stof tot roemen hebben, en niet voor de ander. Want ieder zal zijn eigen pak dragen. (Galaten 6:1-5)

 

Conclusie:

De gelovige zal door de melk opgroeien tot volwassenheid en de volwassene zal blijven in Christus, de kracht van God, en de wijsheid van God (1 Korinthe 1:24), wat zal blijken in de praktijk van zijn leven. Zoals ook Efeze 5:2 zegt: wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God.

Tot slot ter aansporing, vertroosting en bemoediging:

 

U dan, geliefden, omdat u dit van tevoren weet,

wees op uw hoede,

zodat u niet door de dwaling van normloze mensen wordt meegesleept

en afvalt van uw eigen vastheid.

Maar groei in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus.

Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid.

Amen.

(2 Petrus 3:17-18)

 

KB

29 juli 2011