Jezus Christus Zoon van God II

Deel II  (Er is gebruik gemaakt van de Herziene Statenvertaling)

 

Toen Jezus gekomen was in het gebied van Caesarea Filippi, 

vroeg Hij aan Zijn discipelen: 

Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?

Zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper, en anderen: 

Elia, en weer anderen: Jeremia of een van de profeten.

Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben?

Simon Petrus antwoordde en zei: 

U bent de Christus, de Zoon van de levende God.

En Jezus antwoordde en zei tegen hem: 

Zalig bent u, Simon Barjona, 

want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, 

maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.

(Mattheüs 16:13-17)

 

In deel I is vast komen te staan dat de Heere Jezus de Zoon van God is, zoals Hij zelf ook zegt.

Maar in bovenstaande tekst noemt de Heere Jezus Zichzelf ook de Zoon des mensen. En dit is niet het enige tekstgedeelte.

P.S.: de uitdrukking 'Zoon des mensen' of 'Mensenzoon' komt, voor zover ik heb kunnen nagaan, 88 maal voor: 

In het Oude Testament 3 maal nl. in Psalm 8:5 (Ben Adam - lett.: Zoon van Adam, helaas door de Herziene Statenvertaling vertaald met "mensenkind"); in Psalm 80:17 en in Daniël 7:13. 

In het Nieuwe Testament 85 maal nl. 83 maal in de Evangeliën, 1 maal in Handelingen 7:56 en 1 maal in Openbaring 1:13.

Hieronder volgen een aantal teksten over de Zoon des mensen.

Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven (toen zei Hij tegen de verlamde): Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis. (Mattheüs 9:6)

Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen. (Mattheüs 13:37)

Toen zij in Galilea verbleven, zei Jezus tegen hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen van mensen. En zij zullen Hem doden, maar op de derde dag zal Hij opgewekt worden. En zij werden erg bedroefd. (Matth.17:22-23)

Zie ook Markus 8:31, 9:31

Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was. (Matth.18:11)

Zie ook Lukas 19:10

Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen. (Matth 20:28)

Zie ook Markus 10:45 en lees ook Filippenzen 2

Uit deze teksten blijkt dat De Here Jezus zichzelf, tijdens zijn aardse leven, zowel de Zoon van God als de Zoon des Mensen noemt.

Vermeld moet worden dat er gelovigen zijn die zeggen dat de Heere Jezus de Zoon des mensen was tijdens Zijn aardse leven en dat Hij na Zijn opstanding uit de dood de Zoon van God is geworden. Het probleem dat zich voordoet met deze stelling is, dat de Heere Jezus in onderstaand tekstgedeelte zegt dat de Zoon des mensen gezien zal worden (na de opstanding) aan de rechterhand Gods en dat de Zoon des mensen zal komen met de wolken des hemels (na de opstanding).

In onderstaande tekst bevestigt de Heere Jezus dat Hij de Zoon van God is, maar tegelijk noemt Hij Zichzelf de Zoon des mensen. 

De Zoon van God en de Zoon des mensen

Opnieuw stelde de hogepriester Hem een vraag, en zei tegen Hem: Bent U de Christus, de Zoon van de Gezegende? En Jezus zei: Ik ben het. En u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechter hand van de kracht van God en zien komen met de wolken van de hemel. (Mark.14:61-62)

Over de toekomende tijd spreekt ook Mattheüs 25.

De Zoon des mensen als de Koning

Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. (Mattheüs 25:31)

En ook de volgende uitspraken van de Heere Jezus spreken over toekomstige gebeurtenissen, waarbij de Heere Jezus Zichzelf de Zoon des mensen noemt.

de Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de wetteloosheid doen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen. (Mattheüs 13:41-43)

De Zoon des mensen komt in de heerlijkheid van God, Zijn Vader. Hier noemt Hij God Zijn Vader en Zichzelf de Zoon des mensen. 

Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader, met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn daden. (Mattheüs 16:27)

De Zoon des mensen, Die in de hemel is,
is Jezus, de Zoon van God, de Zoon des mensen.

En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is. (Johannes 3:13)

Hieronder nog enkele teksten over de Komst van de Zoon des mensen

De toekomst van de Zoon des mensen

want zoals de bliksem vanuit het oosten komt en zichtbaar is tot in het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Mattheüs 24:27)

En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. (Mattheüs 24:30)

En tenslotte dan nog (hoewel er nog meer teksten zijn):

Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. (Mattheüs 24:37)

Weest ook u daarom bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen. (Mattheüs 24:44) 

Zie ook Lukas 12:40

Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader en in die van de heilige engelen. (Lukas 9:26)

En Paulus schrijft het volgende aan Timotheüs:

Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus; (1 Timotheüs 2:5)

Uit bovenstaande blijkt dat de Heere Jezus Zich de Zoon des mensen noemt, zowel tijdens Zijn aardse leven als in de toekomst na zijn opstanding.

 

In deel III gaan wij verder met hen die getuigen dat Jezus Christus de Zoon van God is.