Hoe wordt de mens behouden

Hoe wordt de mens behouden?


Eén van de meest controversiële vragen in het leven van de mens is de vraag wat er gebeurt na zijn sterven. Is men ‘behouden’ of gaat men ‘verloren’? Helaas leeft deze vraag ook bij mensen die weliswaar naar een kerk of bijbelstudiekring gaan, maar toch geen zeker antwoord kunnen of durven geven op deze vraag. Omdat de kennis met betrekking tot de argumentatie ontbreekt, of omdat men voortdurend geconfronteerd wordt met leerstelligheden die beweren dat het geloof door God moet worden gegeven en dat de vrije keuze van de mens niets betekend in Gods heilsplan. Weer anderen stellen dat de mens ongeacht zijn keuze toch wel behouden wordt, omdat dit in een aantal schriftplaatsen letterlijk zo valt te lezen.

Misschien komen deze denkbeelden u bekend voor en heeft u zich ook wel eens afgevraagd hoe de dingen nu precies in elkaar zitten. De meeste mensen die geconfronteerd worden met dergelijke uit hun verband geplaatste teksten zullen inderdaad geneigd zijn deze lieden serieus te nemen. Immers: het staat er toch zwart op wit? En wee je gebeente als je daar aan gaat twijfelen of tornen! Men verzuimt de toehoorder te wijzen op schriftplaatsen die een heel ander beeld schetsen, of haalt schriftplaatsen uit de context, waardoor men slechts twijfel en onzekerheid zaait in het menselijke hart! De eeuwen door heeft men eigen inzichten en ideeën op de bijbel gelegd en daar vervolgens bijbelteksten bij gezocht om zo aan de eigen ideeën bestaansrecht te kunnen verlenen. Afgezien van deze vaak uiteenlopende en dubbelzinnige theorieën van religieuze stromingen ten aanzien van dit vraagstuk, beperken wij ons tot de bijbel, het Woord van God. Want daarin lezen wij in het welbekende Johannes evangelie het volgende:

Joh 3:16-21 
16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
17  Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
18  Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.
19  En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.
20  Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
21  Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.”

Vers 16 en 17 vertellen waarom God Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven en voor wie het evangelie bestemd is. Vers 18 noemt de consequenties die hieraan verbonden zijn.
Vers 19 schetst de menselijke situatie en visie t.a.v. het evangelie en vers 20 en 21 laten weer de uitwerking zien van de keuze die de mens maakt.

Hoe zeer men ook zoekt naar een antwoord op de vraag wat er van de mens wordt ná dit leven, dit eenvoudige en voor iedereen te begrijpen schriftgedeelte geeft daarop een helder en duidelijk antwoord. Zonder omhaal van woorden schrijft Johannes hier dat, wanneer men gelooft in de Zoon van God, men behouden is. Of om vers 36 uit het zelfde hoofdstuk aan te halen:  “Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”

Vers 16 en 17 vertellen ons dat het Gods wil is om de wereld te behouden door de Here Jezus. Let wel: er staat dat het Gods wil is om de wereld te behouden DOOR Zijn Zoon de Here Jezus Christus. Het woord ‘kosmos’ is hier vertaald met ‘wereld’. Reden voor sommigen om te stellen dat het dus gaat over het ‘AL’ en daarmee ‘alles’ of ‘allen’. Dat het hier gaat over de mensheid wordt duidelijk in vergelijking met o.a. Matt 4:8 waar de Here Jezus door de satan wordt meegenomen op een zeer hoge berg en satan Hem al de koninkrijken der wereld toont en hun heerlijkheid.
Het woord ‘kosmos’ is hier ook vertaald met ‘wereld’. En dat het hier niet over ‘alles’ gaat of over het heelal is dan direct duidelijk. Er staat hier dat het over de koninkrijken der wereld gaat, de mensenwereld.
Kosmos kan ook duiden op de wereld als systeem dat tégen God is gekeerd; zie b.v. Joh 7:7.

Het feit dat in Joh 3:16 en 17 ‘wereld’ staat betekent dus dat het voor alle mensen bestemd is. En in vers 18 wordt meteen de voorwaarde tot dat behoud genoemd namelijk:  “die in Hem gelooft.” Dit betekent dus dat wanneer men NIET gelooft in de Here Jezus Christus men dus nu al deel heeft aan het daar genoemde oordeel, nl. aan de duisternis waarin geen kennis is van God. Wat de bijbel bedoelt met ongeloof zullen we verderop in dit artikel onderzoeken. In Jac 4:4 lezen we:  “Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld.”
In Joh 3:16 staat: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad.” Vanuit Gods liefde, nl. vanuit Zijn trouw aan Zijn Woord, vond eenmalig, in de Here Jezus, Gods toenadering tot de mens plaats, bood God Zijn Zoon aan als Redder en Middelaar. Niet om de wereld lief te hebben in de zin zoals wij dat wellicht kennen, maar als Dé Verantwoordelijke voor deze in zonde gevallen schepping. Deze verantwoordelijkheid kreeg gestalte en is uitgedragen door Zijn Geliefde Zoon als de Zoon des mensen, die als het Hoofd der mensheid Zijn ziel zou geven als een rantsoen voor velen. Als de Deur waardoor men in geloof tot God kan gaan!

In de bijbel wordt ons het geloof als middel voorgehouden om door God als rechtvaardige te worden gerekend (o.a. Hab 2:4 en Gal 3:11). Behouden worden gebeurt op het moment dat men gelooft in God als Schepper en Gever van het leven onder het oude verbond (zie de uiteenzetting over de oudtestamentische geloofshelden in het 11e hoofdstuk van de Hebreeën brief) en sinds de opstanding van de Here Jezus, door geloof in Gods eniggeboren Zoon!
Want dat staat in Joh 3:16  “opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.” Hier wordt een duidelijke scheiding aangegeven: Zij die geloven hebben eeuwig leven; zij die niet geloven zijn reeds veroordeeld en zullen op de Jongste dag worden geoordeeld tot de dood, dat is: de tweede dood, zoals we bijvoorbeeld kunnen lezen in Opb 21:8.

Vrede bij God
Sommige mensen zeggen dan: maar wij moeten toch iets doen, of laten zien aan God en de mensen dat wij christenen zijn? Want de natuurlijke mens houdt zich al haar hele geschiedenis bezig met rituelen en diensten om God te behagen en vrede te krijgen met God. Ook het volk Israël vormt hierop geen uitzondering. Het volk Israël wordt ons beschreven als een volk dat haar eigen gerechtigheid probeert op te richten door het doen van de werken der wet, zoals te lezen valt in het 10e hoofdstuk van de Romeinen brief. De vraag ”Wat moeten wij doen om het werk Gods te werken?” wordt ook gesteld aan de Here Jezus, als Hij spreekt over het Hemelse brood en de spijs die blijft tot in het eeuwige leven (Joh 6:27-29).  “Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.”

Ieder ander werk valt bij dit werk in het niet! In Hebr 11:6 lezen we:  “Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.” Ook Paulus getuigt van zijn geloof en de vrede met God in Rom 4:5  “Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.” Niet de eigen werken, maar geloven! En ook Rom 3:28 zegt:  “Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.

In Rom 5:1 schrijft Paulus:  “Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus

Hier staat niet dat wij gerechtvaardigd zullen worden, ooit in de toekomst, maar er staat dat wij uit het geloof gerechtvaardigd zijn! En door die rechtvaardigheid hebben wij vrede bij God! Hoe Paulus tot die rechtvaardigheid kwam zullen we daarom onderzoeken. De tekst zegt: ‘uit het geloof’ en daarvoor in Rom 3:28 lezen wij:  "Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt.” Als de rechtvaardigheid uit het geloof is, dan is het dus niet door iets anders, zoals bijvoorbeeld de genade. Niet door de genade? vraagt u zich wellicht af…nee, niet door genade. Genade is de term die aanduidt dat men iets verkregen heeft zonder dat men er recht op heeft. De Engelse bijbel, de King James, vertaalt genade ook met: ‘loving kindness’, liefhebbende goedheid; dingen die God geeft omdat Hij van de gelovige, van Zijn kinderen houdt! Hij heeft de gelovige lief en zoals een vader zijn kinderen onderhoudt en ze alles geeft wat ze nodig hebben, zo geeft God de gelovige ook alles wat ze nodig hebben!

Maar als het allemaal alleen door genade zou zijn, zou God, die onveranderlijk is, Zijn eigen recht terzijde geschoven hebben en Zijn onveranderlijkheid hebben veranderd in veranderlijkheid. Zijn recht zou geen stand hebben gehouden. Want Rom 3:26 zegt:  "opdat Hij rechtvaardig zij, rechtvaardigende degene die uit het geloof van Jezus is". Het is genade dat u rechtvaardig bent, maar u bent niet rechtvaardig omdat u begenadigd bent, want God wijkt niet af van Zijn recht! God is immers heilig en kan dus onmogelijk anders met de zondaar omgaan dan Hij voorheen heeft gedaan. Dit zou namelijk in strijd zijn met Zijn onveranderlijke natuur! Dus moest Hij Zelf gericht houden over de zonde en de zondaar. En de losprijs betalen, door als de Losser datgene aan te bieden dat in de wet wordt geëist, nl. een volkomen offer.
Dat volkomen offer wordt in de wet van Mozes voorgesteld als een volkomen lam of var en is daar een voorafbeelding, een type van de Here Jezus, waarvan Johannes de Doper zei:  “Ziet het Lam dat de zonde der wereld wegneemt!” En inderdaad heeft Hij de zonde der wereld weggenomen! Door de wet als juridisch middel buiten werking te stellen, of zoals het in Ef 2:15 staat omschreven:  “Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende.”

Gal 3:13-14  “Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt. Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.”
Dit kon alleen op Golgotha gebeuren. Juist Zijn kruisdood is het middelpunt van Gods rechtvaardiging omdat Hij, als de Zoon des mensen, de straf droeg in Zijn eigen vlees voor de zonden der gehele mensheid. Want Jesaja zegt in hoofdstuk 53:4 en 5  “Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

God Zelf heeft daarom aan de eis der wet voldaan door Zijn Zoon als een lam naar de slachtbank te laten leiden. Met als doel de straf voor de zonden der mensheid weg te doen met één juridisch middel. Want Hebr 9:17 zegt:  “Want een testament is vast in de doden, dewijl het nog geen kracht heeft, wanneer de testamentmaker leeft.
 Daarmee duidend op het verbond dat God door Mozes met het volk Israël heeft gesloten, het verbond dat beschreven wordt als  “het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande, hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld hebbende.” (Kol 2:14). Men kan dus vaststellen dat iedereen juridisch dood is voor God en niet meer geoordeeld wordt op basis van de zonde van de natuurlijke mens. In 2 Cor 5:15 zegt Paulus:  “Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.

‘Hij is voor allen gestorven.’ Daarmee is dus iedereen, juridisch gezien, dood. Maar zo heeft men nog géén onvergankelijk leven ontvangen. Want dat krijgt de mens alleen door geloof. Onvergankelijk leven ontvangen wij omdat we Gods Woord aannemen en tot erkenning van de waarheid komen, daarmee worden we wedergeboren en krijgen we deel aan een nieuwe schepping! Paulus vervolgt daarom met:  ”opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.” In vers 17 van 2 Cor 5 staat:  “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” Zoals de Here Jezus Zijn opstandingsleven aan de Vader beschikbaar stelde met de woorden uit Hebreën 10:  “Zie Ik kom om Uw wil te doen, o God”, zo zou ook de gelovige begrijpen dat hij reeds met de Here Jezus geofferd is om de wil des Vaders te volbrengen, zijn leven aan te bieden aan de Vader. (Rom 12:1,2)

Slechts door geloof alleen krijgt men deel aan Christus Jezus en wordt men een nieuwe schepping: ‘het oude is voorbij gegaan’ in de zin van: de oude natuur, het oude denken en alle dingen die met de oude schepping te maken hebben. Althans: dat is wat dat nieuwe leven in de mens uitwerkt, dan wel uit wil werken. De hele mensheid is weliswaar gestorven voor God maar slechts sommigen komen, door geloof, tot het Nieuwe Leven.

Joh 3:18 zegt:  “Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld.” God heeft deze wereld bestemd voor het oordeel door vuur. Lees b.v. Mal 4:1 en 2 Petr 3:10. Iedereen die er voor kiest de Here Jezus af te wijzen, kiest voor deze oude schepping. Die blijft dus ook een oude schepping en zal dan ook uiteindelijk verbranden mét deze oude schepping. Het is de Here Jezus Zelf die in Joh 15:6 zegt:  “Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert dezelve, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand.”

Maar dat is niet Gods uitgangspunt! Daarom staat er in Joh 3:17  “Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.” Zoals we van Johannes gewend zijn zegt hij de dingen zeer kernachtig en daardoor bijzonder krachtig. De wereld behouden, met als doel zoals we bijvoorbeeld verderop in Johannes 15 kunnen lezen, vanaf vers 5  “Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.”
En in Joh 15:8 staat  “Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.”

Als we het schriftwoord aannemen en geloven, zijn we nú reeds behouden en rechtvaardig voor God! 2 Cor 5:17 zegt:  “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.” Want in Hem zijn Gods beloften vlees geworden (Joh 1:14), in Hem krijgt een ieder die gelooft in de opgestane Heer deel aan dat nieuwe leven. En over allen die geloven heeft de tweede dood geen macht!
Wij lezen immers in Gal 3:14  “Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof.”
Gal 3:15-16  “Broeders, ik spreek naar den mens: zelfs eens mensen verbond, dat bevestigd is, doet niemand te niet, of niemand doet daartoe. Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Christus.” Slechts in de Here Jezus Christus is behoud!

Geloof en ongeloof
Joh 3:36  “Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.” Als we in de bijbel het begrip ‘ongeloof’ of ‘ongehoorzaam’ onderzoeken, ontdekken we dat de term ongeloof gebruikt wordt voor diegenen die het verlossingswerk van de Heer bewust hebben afgewezen, of hieraan ernstig twijfelen. Lees b.v. Rom 4:20 en Hebr 3:18 en 19.
We kunnen echter niet stellen, zoals sommigen leren, dat de gehele mensheid in het oordeel ligt, want als men in dat oordeel gekomen is, is er ook geen weg terug en zou het dus praktisch en juridisch volstrekt onmogelijk zijn voor de mens om tot God te komen, dan zou het onmogelijk zijn om behouden te kunnen worden: men is dan immers al veroordeeld!

De functie van de wet is de mens kennis der zonde bij te brengen en daarmee die mens te veroordelen. De wet doen in de praktijk van je leven, dus gelegd op het vlees, die wet waarvan Paulus zegt dat die heilig is en rechtvaardig, en goed, (Rom 7:12) zorgt echter voor vijandschap tussen God en de mens. Want het is voor de mens onmogelijk om de wet in z’n geheel te doen zonder te struikelen, zonder fouten te maken en iedereen die dit wel wil proberen ontdekt telkens weer dat het een onmogelijke opgave blijkt te zijn. Dat men dan bedacht heeft in theologische kringen dat God genade geeft om de wet te doen is natuurlijk een gruwelijk misverstand en tekenend voor het onbegrip van deze lieden. Immers zegt het schriftwoord in Gal. 5:2-4  "Ziet, ik Paulus zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn. En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen. Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen." Wet staat dus duidelijk tegenover genade en sluiten elkaar feitelijk uit!

Door het werk van de Here Jezus heeft Hij, als de Zoon des mensen, de mensheid in de dood gebracht (2 Cor 5:15). Daarmee heeft Hij op juridische grond de wet buiten werking gesteld (Ef 2:15), met als doel om de mens, vrij van die wet en daarmee vrij van de zonde, tot God te kunnen brengen. Gal 3:11 zegt:  "En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven." Vrij van de wet en daarmee vrij van de zondeschuld! Want met de dood van de wetgever is de wet krachteloos geworden en geldt de wet niet meer als rechtsmiddel om tot God te kunnen naderen. Nu geldt nog slechts de Here Jezus, als juridisch argument in Gods rechtspraak. Waar wij Zijn Woord aannemen en daarin geloven, doen we feitelijk hetzelfde als Gods Zoon, nl. leven uit geloof. God ziet ons daardoor ook aan in Zijn Zoon! En zo kan het dan ook, zoals de Kollosenzen brief ons voorhoudt, dat wij volmaakt genoemd worden in Zijn Zoon. (Kol 2:10)

Het zou van God uit gezien juridisch onrechtvaardig zijn om iemand, die nog niet bekend gemaakt is met het evangelie van de Here Jezus Christus, in de categorie ‘ongelovigen’ te plaatsen en daarmee over te geven aan het oordeel: zo’n persoon kán dan de Here Jezus niet meer aan nemen want hij is reeds veroordeeld! Aan de andere kant is het ook niet correct om te stellen dat zo iemand tóch behouden zou zijn omdat hij al deze dingen niet weet.
Want Paulus stelt in Rom 1:20  “Want Zijn onzienlijke dingen worden, van de schepping der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.” Met andere woorden: men kan God leren kennen uit Zijn schepping, uit het werk van Zijn handen! Want héél de schepping beeldt juist dit geweldige werk van de Here Jezus uit: dood en opstanding, om zo uitdrukking te geven aan het werk Gods. Om daarmee het antwoord te geven op de meest diepe levensvraag: ‘Hoe wordt de mens behouden?’ Men zou moeten komen tot dié opstanding, God de Schepper van hemel en aarde eer geven en zich aan Hem onderwerpen in geloof. En daardoor als sterfelijk mens een positie verkrijgend die vast en zeker is, leven ontvangen dat verbonden is met de Levensvorst Zelf, met de Here Jezus Christus.

Veel mensen wijzen die fundamentele waarheid af en vertrouwen liever op eigen kracht. En dat is precies wat de tegenstander wil stimuleren in de mens: zichzelf verwerkelijken en ontwikkelen in wat goed zou zijn voor de mens en wat niet goed is voor de mens: kennende goed en kwaad. Daardoor de mensen aanzetten tot het idee dat de mens onsterfelijk is en dus eigenlijk God is. Dat men daarvoor bijbelse argumenten gebruikt ligt volledig in de lijn van deze diabolos, die alles door elkaar gooit en de vader van de leugen en verwarring is. Gen 3:4 en 5 zegt ons:  “Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven; Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.”
‘Gij zult de dood niet sterven’ en ‘gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad’. Het vervolg van dit duivelse advies is bij iedereen wel bekend: zij ontdekten dat zij naakt waren. Dat zij juist géén kennis hebben tot dat onvergankelijke leven en zich dus schaamden voor hun naakte staat en door God verbannen werden uit de hof van Eden, met de dood tot gevolg. Dit is een uitbeelding van ongeloof. Weten hoe het zit, nl. wat God heeft bevolen en dan toch je heil ergens anders gaan zoeken!

Zo is het ook vandaag de dag nog steeds met de natuurlijke mens: men leeft liever het eigen leven en zoekt zelf wijsheid en raad die de mens behaagt, dan te vertrouwen op wat God gesproken heeft. God Die in Zijn heilsplan zelfs Zijn eniggeboren Zoon niet heeft gespaard en ons in Zijn woord wijst op die Boom des Levens, Zijn Geliefde Zoon, waar men slechts in hoeft te geloven om behouden te worden, om zo het Brood des Levens te ontvangen, dat men gratis en voor niets kan eten. Een boodschap die de hele bijbel door uitgedragen wordt. Zie b.v. Jes 55:1-3  “O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.

Hoe wordt de mens dus behouden?
Door zich te wenden tot de Here Jezus en Hem in geloof te aanvaarden als Redder, of om Rom 10:9 te citeren:  “Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.” Alleen dan krijgt men rust, alleen dan heeft men vrede bij God. Want Hij voorziet in datgene wat in deze wereld ontbreekt, Hij geeft iedereen die Hem aanroept eeuwig leven! Dan verdwijnt de duisternis en krijgt men ook zicht op die heerlijke toekomst met Hem, dan mogen we weten dat we door de Deur die Hij is, zijn binnengekomen in het Vaderhuis en de oude wereld achter ons mogen laten.


T.K. augustus 2007