Het enige nodige I

Er is één ding, dat een Christen meer nodig heeft, dan iets anders, EEN ding, waarop al het andere rust en waartoe al het andere weerkeert. Het ligt vast in het Woord van God, en we weten het bovendien uit eigen ervaring, dat "wij niet weten, wat wij bidden zullen". Maar "de Geest komt onze zwakheden te hulp"  (Rom. 8 : 26).

Hij weet wat wij moeten bidden. Hij weet wat wij nodig hebben. Hij treedt op als Bemiddelaar voor ons en in ons. Hij leert ons, hoe wij moeten bidden en in  Ef. 1 : 17 vinden wij Zijn gebed neergeschreven in deze bewoordingen:  "opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in ZIJN KENNIS ". Dit blijkt dus het eerste nodige voor ons te zijn; waarachtige kennis van God.

Om God te leren kennen, moeten we het geestelijk verstand ontvangen hebben, zonder hetwelk niemand deze dingen kan verstaan. Want de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden  (1 Kor. 2 : 14).

De natuurlijke mens mist de middelen, om geestelijke dingen te kunnen begrijpen. Een geestelijk onderscheidingsvermogen moet ons eerst geschonken worden. En dan zijn we niet alleen in staat ze te verstaan, maar ook om te genieten van de openbaring van de geestelijke dingen en zo Hem te leren kennen "de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft".

   "Dat is het eeuwige leven" (Joh. 17 : 3).

Hier wordt ons dus wel zeer nadrukkelijk onder het oog gebracht, dat het leren kennen van God voor ons het eerste, ja, het enige nodige is. Deze kennis is niet alleen de basis van ons vertrouwen in God, niet alleen het fundament van het Christelijk geloof, maar ook van het Christelijk leven zelf. Praktisch Christelijk leven en Christelijke wandel staan in onmiddellijk verband met onze kennis van God.   "Vervuld worden met de kennis van Zijn wil" (Coll.1 : 9–10) Waarom? Met welk doel?.......om te "wandelen waardiglijk de Heere, tot alle behaaglijkheid in goede werken vruchtdragende, en opwassende in de kennis Gods".

 

WAT MOET IK DOEN?

Wat moet ik doen, om Gode welbehaaglijk te wandelen? God leren kennen. En wat moet ik doen om Hem te leren kennen – waar moet ik heengaan? – Wel, u hebt niets te doen dan u stil neer te zetten voor Gods Woord, om Hem te leren kennen door en in Zijn Woord. Er is geen andere weg om Hem te leren kennen en Hij heeft ons Zijn Woord gegeven en Zichzelf daarin geopenbaard, opdat wij het zouden bestuderen en er uit leren wat Hem welbehagelijk is, wat Hij liefheeft, wat Hij haat en wat Hij doet. Zijn wijsheid, Zijn wil, Zijn liefde, Zijn almacht, Zijn waarheid, Zijn goedheid en genade, Zijn geduld, Zijn vriendelijkheid, Zijn zorg en al de onnoembaar vele deugden van onze grote en heerlijke God te leren kennen! Zie, deze "kennis" is absoluut noodzakelijk om Hem te kunnen behagen.

En hoe verkrijgen we deze kennis? Alleen uit Zijn Woord – alleen uit het Woord leren wij verstaan, waarom de Geest voor ons bidt in Ef. 1: 17  "dat de Vader der heerlijkheid u geve de geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis; namelijk verlichte ogen  uws verstands", opdat   (Coll. 1 : 9 - 10) "wij zouden wandelen waardiglijk de Heere, tot alle behaaglijkheid, in alle kennis van God." Geen mens heeft deze kennis van God bij intuïtie en geen prediker kan er ons op andere wijze aan helpen, dan alleen door de prediking van het Woord van God. God heeft Zichzelf geopenbaard in Zijn geschreven Woord, de Schriften der Waarheid en in het Levende Woord, Zijn Zoon, Jezus Christus. Als dat Woord in onze harten wordt onthuld door de Heilige Geest, dan beginnen we Hem te kennen, Die het Eeuwige leven is.

 

TEMPELEN?

Dat is de enige reden, waarom ons het geschreven Woord is gegeven. Het doet ons de vriendelijke God kennen. En als we het Woord lezen met een andere begeerte, dan om God erin te vinden, Zijn wil, Zijn Geest eruit te leren verstaan, dan scheppen we ons goden uit onze eigen gedachten en verbeeldingen en dan vallen wij tenslotte terug op dat wat onze goden zeggen en vinden. Duizenden scheppen goden met eigen handen, van hout of van steen of van brood, duizenden anderen maken goden met hun eigen verstand en gedachten, maar omdat zij Gods Woord niet kennen, kunnen zij ook God niet leren kennen, Die Zich daarin heeft geopenbaard.

Let eens op, hoevelen er nog "de onbekende God" aanbidden, hoevelen slechts doen, wat goed is in hun eigen oog, wat zij mooi of naar hun smaak vinden, er niet aan denkende "God is Geest" en dat die Hem aanbidden,  
 Hem moeten aanbidden in Geest en in Waarheid. Zij vinden dit "niet mooi", of dát "zo heerlijk", maar zij vergeten het woordje "moeten", dat de hele sfeer van aanbidding beheerst. Die Hem aanbidt, moet Hem aanbidden in Geest en in Waarheid. Aanbidding moet alleen in de Geest geschieden. Wij kunnen God, Die Geest is, niet aanbidden met onze ogen, door toe te zien, bij iets wat gedaan wordt, niet met onze reuk, door het opsnuiven van wierookgeur, niet met onze oren, door te luisteren naar muziek, hoe mooi ook; niet door onze stem, nee, niet door één van onze zintuigen; aanbidding moet geestelijk zijn – niet zinnelijk. ....Aanbidding moet geestelijk zijn – niet zinnelijk. Zulke "aanbidders" zoekt de Vader  (Joh. 4 : 24).

Maar…hoeveel dergelijke aanbidders treft men aan in onze kerkgebouwen? Is het mogelijk, dat als de waarachtige God werkelijk gekend zou zijn – de Grote, de Verheven, de Heilige God, Die niet woont in tempelen, met handen gemaakt  (Hand. 17 : 24), de God, Die in de Eeuwigheid woont; de God in wiens ogen "zelfs de sterren niet zuiver zijn" en Die bij Zijn engelen dwaling ontdekt" -  is het mogelijk , vragen wij, dat enig mens, die Hem kent, zich ooit zou kunnen inbeelden dat Hij zou "zoeken", of behagen scheppen in enig kerkelijk "genootschap", dat de Bijbel beschouwt als een verzameling "woorden" en dat haar samenkomsten opluistert met dingen, die slechts een streling van het vlees zijn! Denkt gij dat de Grote, Oneindige God dát "zoekt"? Is dát het bezig zijn van de ziel met Hem, dat Hij van ons verlangt?
Neen toch! En hoe minder God "gekend" wordt, des te sterker zal de verwording zichtbaar worden in de "openbare eredienst".

 

GEBED OF GEBOD?

Let verder eens op de gevolgen in ons dagelijks leven van deze grote waarheid van aanbidding, "waarlijk naar de geest"! Welk een rust en vrede brengt zij. En welk een invloed heeft zij op onze gebeden! Waartoe dienen onze gebeden? Waarom worden wij zo vaak vermaand om te bidden? Waarom? Omdat het gebed tot doel heeft ons nederig te maken, doordat het ons plaatst in een positie van hulpeloosheid en afhankelijkheid. Het gebed, de ware aanbidding, doet ons neerbuigen in het stof voor de Almachtige God.
En wat vinden wij in plaats daarvan? Wij veranderen de plaats, die bedoeld is om ons nederig en laag te houden, in een troon, vanwaar wij God bevelen wat Hij moet doen in onze aangelegenheden, hoe Hij ons moet helpen, om onze plannen te verwezenlijken en hoe Hij moet ingrijpen in de politieke verwikkelingen van de wereld. Dat zijn de vruchten van de trots van de "oude mens" in ons. Wij, die onze eigen aangelegenheden niet kunnen behartigen, zien er niet tegen op de regering van het Heelal op ons te nemen en zouden de Hand willen besturen, Die de kosmos bestuurt!

Ware kennis van God zou tot een heel andere kennis van zaken leiden. Onze gebeden zouden inderdaad veelvuldig zijn met het besef van Gods wijsheid, macht en goedheid, dat wij op zouden houden met bidden, alsof wij méér medelijden hadden als Hij; alsof wij méér bezorgd waren voor zondaren en zonden dan Hij; alsof wij méér belangstelling hadden voor Zijn werk als Hij. Wij zouden méér beperkt zijn in ons vragen, als wij - uit Zijn Woord – wisten "wat wij bidden zullen".

Maar wij zouden ook "beperkt" zijn in het dragen van lasten, omdat wij zouden weten, dat wij alle lasten en zorgen in Zijn Handen kunnen laten. Wij zouden ermee ophouden, de verantwoordelijkheid van ons leven zelf te torsen.Wij zouden zeggen: "Heer, Uw wil geschiede! Let niet op mijn smeekbeden als Gij ziet, dat ze niet goed zijn. Geef mij niet het een of ander, omdat ik erom vraag, of omdat ik het goed vind. Onthoud het mij, als Gij, Die het einde ziet van de beginne af aan, weet, dat het mij geen nuttigheid zou geven. Ik sta zo dwaas en onwetend voor U: en Gij zijt zo wonderbaar, zo wijs en zo goed. Gij zijt de goedheid en de genade zelve, en Uw Liefde is zo oneindig, dat Gij alleen datgene kunt doen, wat rechtvaardig is en wat het verstandigst en het beste is. Uw wil is de liefde zelve. O, dat ik vervuld mag worden met een zodanige kennis van Uw wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand, dat ik mij verheugen mag in de volmaakte rust, welke die kennis zal geven".

Naarmate wij die kennis van God en van Zijn wil bezitten, naar die mate zullen wij zó bidden – zonder ophouden. Als wij onze God leren kennen, dan leren we ook vol vertrouwen zeggen, telkens als we om iets bidden: "Heer, ik leg mijn begeerte voor U neer en ik laat het verder rustig aan U over". Wij hebben immers Zijn verzekering, dat Hij machtig is meer dan overvloediglijk te doen boven al wat wij bidden of denken"  (Ef 3:20).

Als wij dat "denken" gaan doen, dan stellen wij Hem zeker een grens. Hoeveel te beter is het om het stellen van de grens aan Hem over te laten? Wij zullen dat kunnen doen, naarmate wij Hem kennen.

Aug. 1947    

Jb. K. H.