Farao

….maar Aärons staf verslond hunne staven…..
  (Exodus 7:12b)

Drie zetten op het schaakbord.

Het eerste gedeelte van Exodus is zeer leerrijk, ook ten opzichte van Faraö. We kennen Faraö’s geschiedenis. Een geschiedenis, die ons reeds in onze kinderjaren zo intens kon boeien, als we er naar luisterden tijdens het uur van de Bijbelsche geschiedenis op de lagere school. We kennen het einde, dat deze Faraö in de Schelfzee gevonden heeft. Als de kinderen Israëls droogvoets door de Schelfzee gegaan zijn, beweegt Mozes zijn hand wederom over de Schelfzee. Het is een verschrikkelijk ogenblik. Uit de wolkkolom komt de verschrikking des Heeren over Faraö en zijn heerscharen. Tot hun ontzetting komen de wateren van de Schelfzee weer op hun oorspronkelijke plaats terug. En zo blijkt het, dat achter Mozes' kalme en eenvoudige handbeweging de Heerscharen des Hemels zijn.

"……mijn Vader, mijn Vader, Wagens Israëls en zijne ruiteren…."  (2Kon 13:14)

Deze ondergang van Faraö heeft te allen tijde de mensen aan het denken gebracht. En….aan het dwalen. En de leer, alsof God sommige mensen tot de zaligheid verkoren zou hebben en sommige niet, stoelt mede op de geschiedenis van Faraö. Daarom willen we graag uw aandacht voor een bepaald gebeuren voor Faraö’s troon vragen, waaruit onomstotelijk gebleken is, dat de Heere zich aan Faraö heeft gemanifesteerd, diens geweten voor 100% verlichtend en dat de Faraö zich daarna BEWUST heeft afgekeerd.

Daartoe neem ik u in gedachten mee naar het zevende hoofdstuk van het boek Exodus en gaan we staan binnen de perken van vers 8-13. We vinden daar Faraö op zijn geduchte troon, terwijl Mozes en Aäron er voor staan.


Zet een

En dan gebeurt er iets, waarover we eigenlijk nooit uitgedacht kunnen raken, zo ver reikt het en zo diep gaat het. Op een gegeven ogenblik vraagt Faraö aan Mozes en Aäron een teken dat ze voor ZICHZELF (zie vers 9) doen moeten. En nauwelijks heeft dan Aäron zijn staf ter aarde voor de vorstelijke troon neder geworpen, of deze staf veranderd in een draak, beter vertaalt, in een slang. Daarmee is de eerste zet op het schaakbord gedaan. Mozes en Aäron hebben zich gelegitimeerd = voor echt verklaar, anders gezegd: De Here, de Eeuwige, de "Ik-zal-zijn, die-ik-zijn-zal" schuift het gordijn der eeuwigheid weg en laat Zich aan Faraö zien.  De op de vloer van het vorstenvertrek kronkelende slang is het stille, zichtbare bewijs van de tegenwoordigheid, de vertegenwoordiging des Heeren, in en door Zijn dienstknechten.


Zet twee

Maar nu volgt de tweede zet op het schaakbord, ditmaal door Faraö. Ge kent het geschiedenis- verhaal. Faraö laat zijn Egyptische tovenaars roepen. Laten we over deze tovenaars niet gering denken. Het zijn Egyptische wijzen, die de Egyptische Godsdienst vertegenwoordigen. Zie maar, wat er gebeurt. Ook zij werpen hunne staven ter aarde en …ook hunne staven worden tot slangen. En…. weer is er een gordijn van een onzichtbare wereld geopend. De duivelen tonen hun aangezicht. "Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij de duivel offeren….".
(1 Kor. 10:20)
 En zo zijn daar voor de vorstelijke troon twee machten vertegenwoordigd, twee religies staan tegenover elkaar, ja, als ge goed naar de vloer kijkt, ziet ge zelfs het Polytheïsme (het veelgodendom) pochend pralen tegenover het Monotheïsme (het geloof in één enig God).

Zet drie

Maar zie dan ook, hoe nu de derde zet op het schaakbord volgt. Nauwelijks heeft Faraö zijn geloof beleden en zichtbaar laten maken in een veelheid van kronkelende slangen, of Aarón's staf verslindt de staven der Egyptische wijzen. Welk een overwinning en welk een manifestatie. Faraö's goden en godsdienstigheden, al zijn cultus en religie, er blijft niets van over. Nu moeten de Egyptsiche wijzen toch wel uitroepen: "Dit is Gods vinger"? en zal de Faraö van verbazing nu niet de handen inéén slaan en uitroepen: "De Heere is God, de Heere is God"?

De Heer is God en niemand meer
Verheerlijkt Hem gij vromen.
Wie is als aller Schepselen Heer
Zo heerlijk, zo volkomen?

(Bron: Hervormde Gezangenbundel | Gezang 138)

Doch wat heeft Faraö gedaan, toen de lichtbundel der eeuwigheid over zijn ogen heengolfde? Faraö heeft de ogen gesloten, zijn hart verstokt en hij heeft niet gehoord.

Zijn hoogmoed luistert naar geen reden,
Hoe hel die voor zijn ogen blinkt!


Christus triomfeert

We laten nu Faraö los. Hoe overtuigend heeft de Here tot hem gesproken. Sterker kon het niet. Met welk een diepe eerbied, m'n beste lezers, zullen Aäron en Mozes naar hun staf gezien hebben. In hun staf namen ze voorshands en principieel alle tegenstand der Egyptenaren mee. De wijzen bleven immers zonder staf achter?! En als straks, bij de eerste der tien plagen, ook de Egyptische wijzen BEWUST MET EEN ANDERE STAF duivelse tegenstand bieden - bij de derde plaag bezwijken ze - dan hanteren Mozes en Aäron des Heeren overwinning bij voorbaat in hart en hand.

Maar ook voor ons ligt er in dit gedeelte een wonderbare lering. Altijd zag u in Faraö het beeld van de God dezer eeuw en Overste dezer wereld. En terecht! Maar laten we ons nu dan weer er van bewust worden, dat Satans tegenstand tegenover Christus een religieuze tegenstand is. Hij houdt niet op zijn staven ter aarde te werpen, ook in onze eeuw. Godsdienst na godsdienst inspireert en tovert hij in blinkende bekoorlijkheid. Messias na Messias zal hij straks geven in lonkende schoonheid en als hij straks in de Antichrist zijn ééngeboorne tegenover Gods Eéngeboorne stellen zal, zal deze Mens der Zonde VROMELIJK als GOD in de tempel zitten. Maar blik dan ook op naar uw gekruisigde en opgestane Heer. Zijn kruis is de staf, op deze wereldvloer geworpen voor de ogen van de Helse Faraö. "En…. de Overheden en Machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld en heeft door hetzelve (het kruis n.l.) over hen getriomfeerd". (Col 2:15)
En  tenslotte, geliefde lezer, denk eens enige ogenblikken na over dit woord van de Here Jezus: "De overste dezer wereld komt en ….heeft aan Mij niets". (Joh 14:30)

Genomen uit:  Band des Vredes Febr. 1946    

Hessel C. van der Flier.