De sabbat

Er is gebruik gemaakt van de Herziene Statenvertaling.

De sabbat is één van de 10 geboden die aan het volk Israël werd gegeven en hun nageslacht. 

De stelling dat de sabbat al in Genesis 2:3 voor Adam en Eva en hun nageslacht is ingesteld, zoals sommigen beweren, is nergens terug te vinden. Het woord 'sabbat' komt voor het eerst voor in Exodus 16:23-29. Daarna in Exodus 20:8 (bij de 10 geboden, die in Exodus 34:28, Deuteronomium 4:13 en 10:4 de 'Tien Woorden' worden genoemd. Of de sabbat voor de Gemeente geldt zal door onderzoek van de Bijbel duidelijk moeten worden.  Ik hoop dat dit artikel hiertoe zal bijdragen.

In Exodus 31 wordt beschreven dat de sabbat specifiek aan het volk Israël is gegeven. Het gold namelijk als een eeuwig verbond tussen God en Israël.

  • 16 Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond. 17 Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt (Exodus 31:16).

De sabbat behoorde echter wel bij het oude verbond, waarvan Jeremia 31 zegt:

  • 31 Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, 32 niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden - Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoe-wel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE (Jeremia 31:31). 

Hebreeën 8 voegt hieraan toe:

  • 13 Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard. En wat oud is verklaard en wat veroudert, staat op het punt te verdwijnen (Hebreeën 8:13). 

Laten we eerst eens zien hoe de Heere Jezus tijdens zijn aardse leven met de sabbat omging. Hij was namelijk betreffende de sabbat doorlopend in conflict met de Joden. 

Enkele voorbeelden:

  • 1 In die tijd ging Jezus op een sabbat door de korenvelden, en Zijn discipelen hadden honger en begonnen aren te plukken en te eten. 2 Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Hem: Zie, Uw discipelen doen iets wat niet geoorloofd is te doen op de sabbat. 3 Maar Hij zei tegen hen: Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij honger had, en zij die bij hem waren? 4 Hoe hij het huis van God binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, die hij niet mocht eten, evenmin als zij die bij hem waren, maar alleen de pries-ters? 5 Of hebt u niet gelezen in de Wet dat de priesters op de sabbatdagen de sabbat ontheiligen in de tempel, en toch onschuldig zijn? 6 Ik zeg u echter dat hier Iemand is Die meer is dan de tempel. 7 Maar als u geweten had wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer, dan zou u de onschuldigen niet veroordeeld hebben. 8 Want de Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat (Mattheüs 12:1-8). 

In Markus 2 wordt deze zelfde geschiedenis beschreven, maar daar staat in vers 27 ook nog: De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat. De sabbat zou dus ten voordele van de mens moeten zijn, zoals eten op de sabbat als hij honger heeft of genezing ontvangen op de sabbat als hij ziek is enz. De discipelen hadden dit blijkbaar uit de prediking van de Heere Jezus al begrepen. De Joden hadden aan het 4e gebod en ook aan de andere geboden een eigen interpretatie gegeven, en deze als een last op de Joden gelegd. 

In Handelingen 15 verzet Petrus zich tegen deze gang van zaken. Hij noemt de wet een juk die zij en de voorvaderen niet hadden kunnen dragen en die dan ook niet op de heidenen moet worden gelegd (zie hierover verderop in dit artikel). Dit was niet hoe God het bedoeld had. De Heere Jezus laat dit dan ook uit de Schrift zien. Hij stelt in Mattheüs 12:8 dat Hij de Heer is van de sabbat en dat Hij dus bepaalt hoe men de sabbat zou houden. Hij verzet zich hier tegen de interpretatie van de Farizeeën.

Hij gaat hierna naar de synagoge en komt weer in conflict met de Farizeeën. Nu over een genezing op de sabbat.

  • 9 En Hij vertrok vandaar en kwam in hun synagoge. 10 En zie, er was iemand die een verschrompelde hand had. En ze vroegen Hem: Is het ook geoorloofd op de sabbatdagen te genezen? Dit om Hem te kunnen beschuldigen. 11 Hij zei tegen hen: Welk mens onder u die één schaap heeft, zal het niet, als het op een sabbat in een kuil valt, grijpen en eruit tillen? 12 Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven! Daarom is het geoorloofd op de sabbatdagen goed te doen. 13 Toen zei Hij tegen die man: Steek uw hand uit. En hij stak hem uit, en hij werd hersteld, gezond als de andere. 14 De Farizeeën gingen weg en beraadslaag-den tegen Hem, hoe zij Hem om zouden kunnen brengen. (Mattheüs 12:9-14). 

Er komen meer genezingen op de sabbat voor. In Lukas 13 staat:

  • 14 En het hoofd van de synagoge, die verontwaardigd was dat Jezus op de sabbat genas, antwoordde en zei tegen de menigte: Er zijn zes dagen waarop men moet werken. Kom dan daarop en laat u genezen, maar niet op de dag van de sabbat. 15 De Heere dan antwoordde hem en zei: Huichelaar, maakt niet ieder van u op de sabbat zijn os of ezel van de voederbak los en leidt hem weg om hem te laten drinken? 16 En moest dan deze vrouw, die een dochter van Abraham is en die de satan, zie, nu achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de dag van de sabbat? 17 En toen Hij dit zei, stonden al Zijn tegenstanders beschaamd en de hele menigte was blij om alle heerlijke dingen die door Hem gebeurden. (Lukas 13:14-17). 

Voor de Farizeeën was het strikt houden van de sabbat, en dit volgens hun eigen regels, zo belangrijk, dat zij de Heere Jezus wilden doden, omdat Hij goed deed op de sabbat.

  • 15 De man ging weg en berichtte de Joden dat het Jezus was Die hem gezond gemaakt had. 16 En daarom vervolgden de Joden Jezus en probeerden zij Hem te doden, omdat Hij deze dingen op de sabbat deed. (Johannes 5:15-16). 

In Jesaja 58 lezen wij een waarschuwing aan Israël in verband met de sabbat:

  • 13 Indien u uw voet van de sabbat terughoudt,  ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt;  indien u de sabbat een verlustiging noemt, opdat de HEERE geheiligd wordt - die geëerd moet worden - indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen, niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt, 14 dan zult u vreugde scheppen in de HEERE, Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob, want de mond van de HEERE heeft gesproken (Jesaja 58:13-14).  

De NBG vertaald als volgt:

  • 13 Indien gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sab-bat een verlustiging noemt, de heilige dag des HEREN van gewicht, en die eert door noch uw ge-wone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, 14 dan zult gij u verlustigen in de HERE en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des HEREN heeft het gesproken.

Ook in Amos 5 wordt Israël gewaarschuwd. Zij zouden recht en gerechtigheid doen.

  • 21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten, 22 want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in, en het dankoffer van uw gemest vee wil Ik niet aanzien. 23 Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren! 24 Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek (Amos 5:21-24). 

De Heere Jezus liet zien, dat de sabbat er niet was om het uiterlijk vertoon, maar om barmhartigheid en recht en gerechtig-heid en om goed te doen. Niet om de sabbat te gebruiken voor je eigen voordeel, maar ontferming t.o.v. de naaste. Het eerste is het letterlijke gebod, zonder het hart. Het tweede is de werkelijke bedoeling van het gebod, gelegd in het hart. De Heere Jezus kwam niet om te veroordelen, maar om Zijn liefde te tonen en de mensheid te redden.

Johannes schrijft in hoofdstuk 12:

  • 46 Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft. 47 En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken. 48 Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aan-neemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag. (Johannes 12:46-48). 

Hoe zit het eigenlijk met de Gemeente, die uit de Joden en de heidenen is voortgekomen. Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen over het in acht nemen van de ene dag boven de andere:

  • 5 De een acht de ene dag boven de andere dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn (Romeinen 14:5). 

De Naardense Bijbel vertaalt deze tekst als volgt:

  • 5 In het oordeel van de een is de ene dag niet hetzelfde als een andere dag, in het oordeel van de ander is elke dag even belangrijk; laat een ieder door de eigen overtuiging volledig worden gedragen (Romeinen 14:5)! 

In Handelingen 15 lezen wij dat er in Antiochië een verschil van inzicht was tussen de gelovigen uit de Joden en de gelovigen uit de heidenen. Gelovige Joden uit Judea stelden dat men moest worden besneden omdat men anders niet behouden kon worden.

Paulus en Barnabas worden met dit geschilpunt naar de apostelen in Jeruzalem gestuurd, waar men over deze zaak vergadert. Het resultaat hiervan is dat de Joden het de gelovige heidenen niet lastig moeten maken met wetten die ook hun (Joodse) voorouders niet hebben kunnen houden. Alleen zouden zij zich van enkele heidense zaken moeten ont-houden. Er wordt hier niet gesproken over het houden van de sabbat.

  • 10 Welnu dan, waarom verzoekt u God door een juk op de hals van de discipelen te leggen dat onze vaderen en ook wij niet hebben kunnen dragen (Handelingen 15:10)? 
  • 19 Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, 20 maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgo-den besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed (Handelingen 15:19-20). 

De Joodse gelovigen maakten vaak problemen in verband met de wet. Lees o.a. maar de brief van Paulus aan de Galaten, waar Paulus schrijft over een conflict die hij had met Petrus over het leven overeenkomstig de wet, waaruit bleek dat Pe-trus naar heidens gebruik leefde, maar uit angst voor de gelovige Joden die uit Jeruzalem waren overkomen, naar Joods gebruik ging leven. Paulus vond dit huichelarij:

  • 11 Maar toen Petrus naar Antiochië gekomen was, ging ik openlijk tegen hem in, omdat hij te veroordelen was. 12 Want voordat er enkelen uit de kring van Jakobus gekomen waren, at hij samen met de heidenen; maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af uit vrees voor hen die van de besnijdenis waren. 13 En ook de andere Joden huichelden met hem mee, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen. 14 Maar toen ik zag dat zij niet juist wandelden, overeenkomstig de waarheid van het Evangelie, zei ik tegen Petrus in het bijzijn van allen: Als u die een Jood bent, naar heidens gebruik leeft en niet naar Joods gebruik, waarom dwingt u dan de heidenen op de Joodse manier te leven? (Galaten 2:11-14). 

En ook in de brief aan de Kolossensen schrijft hij in hoofdstuk 2:

  • 16 Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten*1). 17 Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus. 18 Laat u niet de prijs*2) ontzeggen door iemand die behagen schept in nederigheid en enge-lenverering, intreedt in wat hij niet gezien heeft, zonder reden gewichtig doet door zijn vleselijke denken, 19 en zich niet houdt aan het hoofd, waaruit het hele lichaam, dat van banden en pezen voorzien is en daardoor samengevoegd, opgroeit door de groei die van God komt. 20 Als u dan met Christus de grond-beginselen van de wereld bent afgestorven, waarom laat u zich dan, alsof u nog in de wereld leeft, bepalingen opleggen 21 als: Pak niet, proef niet en raak niet aan?*3) 22 Dit zijn allemaal dingen die door het gebruik vergaan; ze zijn ingevoerd volgens de geboden en leringen van de mensen. 23 Deze dingen hebben wel een schijn reden van wijsheid, door eigenwillige godsdienst en nederigheid, en verachting van het lichaam, maar ze zijn zonder enige waarde en dienen tot verzadiging van het vlees (Kolossensen 2:16-23). 

In dit Schriftgedeelte wordt duidelijk gezegd dat de sabbat een schaduw is van de toekomende dingen. Tegenover de schaduw wordt hier het lichaam (σωμα ‘soma) gezet. De NBG vertaalt 'lichaam' met 'werkelijkheid': Schaduw wordt tegenover werkelijkheid gezet. 

  • 17 dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is (Kolossensen 2:17). 

In Hebreeën 10 wordt gesproken over de hele wet, die een schaduw heeft van de toekomende goederen. Daartegenover staat dat Christus een lichaam is toebereid. Hiermee wordt gezegd dat de wet een type is van Christus.

  • 1 Want de wet, die slechts een schaduw heeft van de toekomstige heils goederen en niet het wezen van de dingen zelf, kan nooit met dezelfde offers, die zij jaar in jaar uit ononderbroken brengen, hen die naderen tot volmaaktheid brengen. 2 Zou er anders niet een einde gekomen zijn aan het offeren? Want zij die de dienst verrichtten, zouden zich dan in geen enkel opzicht meer bewust zijn van zonden, wanneer zij eens en voor altijd gereinigd waren. 3 Maar nu wordt men door deze offers elk jaar opnieuw aan de zonden herinnerd. 4 Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneemt. 5 Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en spijsoffer hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereedgemaakt. (Hebreeën 10:1-5) 

Paulus schrijft over deze wet aan de Galaten:

  • 24 Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden. 25 Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een leermeester. 26 Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. (Galaten 3:24-26) 

Als wij weer teruggaan naar de wet (van Mozes), die op het vlees (van Israël) is gelegd, missen wij de werkelijkheid nl. het Lichaam van Christus dat boven is. In Kolossensen 3 wordt ons dan ook geadviseerd om de dingen te zoeken die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Wij zouden niet bezig zijn met een schaduw, maar met het Lichaam zelf. Niet uiterlijke dingen, maar geestelijke. 

  • 1 Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechter hand van God zit. 2 Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, 3 want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. 4 Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid (Kolossensen 3:1-4). 

In Kolossensen 2:17 wordt duidelijk gezegd dat de sabbat een schaduw is van de toekomende dingen. In Hebreeën 4 wordt gesproken over het ingaan van de rust van God. Namelijk over de rust, die bij de toekomende dingen hoort. 

  • 1 Laten wij er dan beducht voor zijn dat iemand van u ooit schijnt achter te blijven, terwijl de belofte om in Zijn rust binnen te gaan nog van kracht is. 2 Want ook aan ons is het Evangelie verkondigd, evenals aan hen. Maar het gepredikte woord bracht hun geen voordeel, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen die het hoorden.3 Wij die tot geloof gekomen zijn, gaan immers de rust binnen, zoals Hij gezegd heeft: Daarom heb Ik in Mijn toorn gezworen: Mijn rust zullen zij niet binnengaan! En dat terwijl Zijn werken al sinds de grondlegging van de wereld voltooid zijn. 4 Want Hij heeft ergens over de zevende dag als volgt gesproken: En God heeft op de zevende dag van al Zijn werken gerust. 5 En op deze plaats opnieuw: Zij zullen Mijn rust niet binnengaan!*3) 6 Omdat dus het feit blijft dat sommigen deze rust binnengaan, en dat zij aan wie het Evangelie eerst verkondigd was, niet binnengegaan zijn vanwege hun ongehoorzaamheid, 7 bepaalt Hij opnieuw een zekere dag, namelijk heden, wanneer Hij zo lange tijd daarna door David zegt (zoals al eerder gezegd is): Heden, als u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet. 8 Want als Jozua hen al in de rust gebracht had, zou God daarna niet gesproken hebben over een andere dag. 9 Er blijft dus nog een sabbatsrust*4) over voor het volk van God, 10 want wie Zijn rust binnengegaan is, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, zoals God van de Zijne. 11 Laten wij ons dan beijveren om die rust binnen te gaan, opdat niemand door het volgen van dit voorbeeld van ongehoorzaamheid ten val zal komen (Hebreeën 4:1-11). 

Vers 9 is geschreven in de tegenwoordige tijd. De daar genoemde sabbatsrust gaat niet over het verleden of over de toekomst, maar over het heden (Heden, als u Zijn stem hoort - vs. 7). Nu kan men de sabbatsrust ingaan. Vers 11 is geschreven in de aoristis tijd*6). Ook hier is geen sprake van een toekomende rust, maar van de sabbatsrust, waar de mens door geloof en gehoorzaamheid aan Christus, ingaat. Het is niet de sabbat van het oude verbond, maar de sabbat van het nieuwe verbond, die God aan de Gemeente heeft gegeven. De Heere Jezus nodigde ons in Mattheüs 11 al uit om aan deze sabbat deel te hebben. Het gaat niet om de rust op de zevende dag van de week, maar om de rust voor de rest van ons leven:

  • 28 Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. 29 Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; 30 want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht. (Mattheüs 11:28-30). 

Ik wil eindigen met de woorden van het eerste couplet van lied 126 uit de bundel 'Geestelijke liederen':

Ik rust in God,

en heb mijn lot,

mijn leven en mijn streven,

mijn vreugde en smart,

geheel mijn hart

in Zijne hand gegeven.

 

Voetnoten:

*1) σαββατων een meervoudsvorm van σαββατον. Dit Griekse woord komt van het Hebreeuwse woord שׁבת (shabbath).

*2) In het Grieks staat hier het woord καταβραβευω (katabra’beuo). 

Dit betekent: 

1. Als scheidsrechter tegen iemand beslissen, 

2. Iemand van de prijs van de overwinning beroven, 

3. Metaforisch: van het heil beroven

*3) De SVV heeft hier: raak niet, smaak niet, en roer niet aan. De woorden die er staan zijn: 

μη (niet) 

αψη (zich ergens aan hechten, aanraken van b.v. een vrouw of van onreine dingen, zoals voedsel. Zie 1 Korinthe 7:1 en 2 Korinthe 6:17)

μηδε (en niet) 

γευση (proeven - van eten. Zie Lukas 14:24, Johannes 2:9 en Hand. 10:10; 20:11; 23:14)

μηδε (en niet) 

θιγης (aanraken, in de hand nemen. Dit woord komt 3 keer voor. Hier en in Hebreeën 11:28 en 12:20).

*4)Lees ook Exodus 14:23, Deuteronomium 1:34-35 en Psalm 95:11

*5)σαββατισμος (sabbatis’mos). Dit woord komt alleen in Hebreeën 4:9 voor. 

*6)In het kort gezegd: de aoristus behoort bij de verleden tijd, en geeft aan dat iets in het verleden begonnen is en nog niet beëindigd. 

 

KB 29 juli 2015