De Heere Jezus volgen in de voetwassing

We zien in de praktijk maar weinige gelovigen die elkaar letterlijk de voeten wassen, daaruit valt op te maken dat velen begrijpen dat het niet om het voetwassen op zich gaat, maar veel meer om dat wat er uitgebeeld wordt. Om het voorbeeld van de Heere Jezus dan goed te kunnen volgen, maakt het essentieel dat we ook precies verstaan wat Hij uitgebeeld heeft.

Op het moment dat de Heere Jezus met Zijn twaalf discipelen het Pascha aan het vieren is, staat Hij op van de maaltijd om de voeten van Zijn discipelen te wassen. 

1 En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde. 2 En als het avondmaal gedaan was, toen nu de duivel in het hart van Judas, Simons zoon, Iskariot, gegeven had, dat hij Hem verraden zou),3 Jezus, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was, en tot God heenging, 4 stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven. 5 Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.6Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij de voeten wassen?7Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan. 8 Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij. 9 Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd.10Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen. 11 Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein. 12 Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan heb? 13 Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.
14 Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.
15 Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet. 16 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft.17Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet. ( Johannes 13:1-17)

 
De uitbeelding van hetgeen de Heere Jezus doet, begint feitelijk al in vers 4, waar geschreven staat de Heere Jezus opstond van de maaltijd en Zijn kleren aflegde. De uitbeelding eindigt in vers 12 waar geschreven staat dat de Heere Jezus eerst Zijn kleren weer aandeed en daarna vroeg of zij begrepen wat Hij gedaan had. 

Dit afleggen en opnemen van de kleren komt treffend overeen met vers 3, namelijk dat de Heere Jezus van God uitgegaan (kleren afleggen) was en weer tot God heen zou gaan (kleren aandoen). Verderop wordt deze stelling verder onderbouwd. Toen de Heere Jezus zijn kleren afgelegd had, omgorde Hij zich met een linnen doek. Linnen klederen zijn een uitbeelding van heilige klederen in de Bijbel, maar in dit geval ging het om een doek en wel om een “Lention” dat gebruikt werd door knechten om hun werk te doen. De Heere Jezus beeldde hiermee uit dat Hij zich als dienstknecht opstelde ten opzicht van Zijn discipelen. Een pracht paralleltekst om hiernaast te leggen is:

 
5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; (Filippenzen 2:5-7) 


Paulus roept ons op om dezelfde gezindheid te hebben zoals de Heere Jezus die had, namelijk de weg van vernedering te gaan. De Heere Jezus had de heerlijkheid van het Gode gelijk zijn, maar Hij heeft Zichzelf ontledigd en heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen. Ditzelfde beeldde de Heere Jezus uit door Zijn kleren af te leggen en de linnen doek om te doen. De linnen doek werd door de Heere Jezus ook gebruikt om de voeten van de discipelen af te drogen, nadat ze gewassen waren. Het grondwoord dat hier staat is het woord “ek’masso” en dat betekent: afvegen of uitwissen. Dit beeldt uit dat de Heere Jezus zijn gestalte van een dienstknecht gebruikt om van zijn discipelen de vuiligheid af te vegen. Hij gebruikte Zijn menselijke lichaam om onze zonden uit te wissen en dat vinden we precies terug in de volgende woorden van Petrus: 

24 Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt. (1 Petrus 2:24)

 Petrus is juist diegene die tegen de Heere Jezus zei dat de Heere Jezus niet zijn voeten mocht wassen in de eeuwigheid. De Heere Jezus legde hem uit dat hij het later zou verstaan, en dat als de Heere Jezus niet de voeten waste, dat Petrus dan geen deel met Hem had. Er is dus een direct verband tussen het voetwassen en het deel hebben met de Heere Jezus. Johannes legt dat als volgt uit:

 

6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij, en doen de waarheid niet. 7 Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. (1 Johannes 1:6-7)

Het bloed van de Jezus Christus reinigt ons van alle zonde als wij gemeenschap met Hem hebben. Als wij in het licht wandelen (dat doet men met de voeten), dan hebben wij deel met Hem. Doordat wij deel aan de Heere Jezus hebben, worden we gereinigd. De Heere Jezus legt aan Petrus uit dat hij niet helemaal gewassen hoeft te worden, maar dat enkel zijn voeten gewassen hoeven te worden. Want Petrus was geheel rein. De onderbouwing hiervoor geeft de Heere Jezus in de gelijkenis van de wijnstok:

2b En al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage. 3Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb. (Johannes 15:2b-3)

En ook Paulus legt uit dat wij gereinigd zijn door het Woord, namelijk met het bad des Waters: 

25 Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;26Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord; (Efeze 5:25-26)

 Wij zijn dus rein door het Woord van de God, omdat dit een reinigende werking heeft. Echter, dat was voor Judas niet het geval, want hij was niet geheel rein. Dit bepaald ons erbij dat het Woord wel met geloof gemengd moet worden om ons rein te maken. Bij de voetwassing worden de voeten gereinigd, terwijl de discipelen geheel rein zijn. Bij de vergelijking met de wijnstok worden zij die vrucht dragen, gereinigd, terwijl ze rein zijn. Er wordt bij vermeld waaróm: opdat wij meer vrucht zouden dragen. Nadat de Heere Jezus de voeten gewassen had, nam Hij zijn kleren weer op en legde daarna uit dat Hij hun Meester was en toch hun de voeten gewassen had. Als er iets is wat de Heere Jezus aflegde om dienstknecht te worden wat Hij daarna weer tot zich nam, dan is het Zijn heerlijkheid:

5 En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was.(Johannes 17:5)

En dat brengt nogmaals terug bij Filippenzen 2, waar Paulus schrijft:

5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; 6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; 7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; 8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders. (Filippenzen 2:5-11)

De Heere Jezus is de uiterste vernedering ondergaan om daarna de Naam boven alle naam te ontvangen. Hij is gezet in de heerlijkheid die Hij eerst zelf had afgelegd. Dit bepaald ons er nogmaals bij dat het voetwassen zelf wijst op de periode van vernedering in de gedaante van een dienstknecht. 

In de Hebreeën brief worden wij erbij bepaald dat dit een eenmalige vernedering was, om de zonde teniet te doen (Hebreeën  9:26). Zo lezen we ook dat de Heere Jezus eenmaal de voeten van de discipelen waste. Dat heeft Hij eenmaal volbracht, zodat wij gereinigd worden door Zijn bloed. Of, zoals Hebreeën 1:3 kernachtig verwoordt: “Hij heeft de reinigmaking van onze zonden door Zichzelf teweeggebracht voordat Hij gezeten is aan de rechterhand van God”

Enerzijds is de voetwassing dus een prachtige uitdrukking van het volbrachte werk van onze Verlosser, maar anderzijds is het ook een oproep aan ons om Zijn voorbeeld te volgen. De Heere Jezus zei: “Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen”. Ook Paulus roept ons op om dezelfde gezindheid te hebben als de Heere Jezus die zichzelf vernederde. En ook Petrus schrijft hierover:

21 Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen; (1 Petrus 2:21)

Petrus heeft het in dit gedeelte over de gelovige die net als de Heere Jezus het lijden zou ondergaan. Paulus bepaalt ons meer bij het aspect van vernedering, maar beide komen neer op: “met nederigheid en lijdzaamheid onze weg te gaan”. De voetwassing wijst op onze houding ten opzichte van onze broeder en zusters en dat wij dus onszelf niet zouden behagen, net zoals dat terugkomt in Romeinen: 

 1 Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen. 2 Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting. 3 Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen.( Romeinen 15:1-3)

Er zijn vele parallelgedeeltes die over hetzelfde spreken en er is daarbij één kenmerk dat sterk naar voren komt, namelijk liefhebben zoals de Heere Jezus ons liefgehad heeft (Efeziërs 5:2). Op een andere plaats legt Johannes uit dat de liefde van Christus tot uitdrukking gekomen is Zijn overgave voor ons:

Hieraan hebben wij de liefde gekend, dat Hij Zijn leven voor ons gesteld heeft; en wij zijn schuldig voor de broeders het leven te stellen. (1 Johannes 3:16). 

En ook hier wordt het verband gelegd tussen het werk van Christus en dat wij verantwoordelijk zijn om Zijn voorbeeld te volgen. Wij kunnen elkaar dus de voeten wassen door ons nederig op te stellen ten opzichte van elkaar, en elkaar lief te hebben en elkaar te vergeven. Al deze aspecten komen in het voorbeeld van onze Heere Jezus terug. Nadat de Heere Jezus het kruis verdragen had, is Hij verhoogd tot Gods Rechterhand en is daar nu onze Koning en Hogepriester in de eeuwigheid. En ook dit was een onderdeel bij de voetwassing dat uitgebeeld werd door het weer aannemen van Zijn kleren. Ook dit aspect moeten we niet uit het oog verliezen:

1 Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; 2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God. (Hebreeën 12:1-2)

En daarin is het beeld van de voetwassing compleet, want wij zouden uitzien op de heerlijkheid die ons voorgesteld is en tegelijk met lijdzaamheid Hem volgen. 

GHB