De brief van Judas

De brief van Judas is voor veel Christenen een onbekende brief. Reden hiervoor is onder andere het vermanende karakter van deze brief. De plaats van de Judasbrief is door de Bijbelvertalers goed gekozen: vlak voor het Bijbelboek Openbaring. Gericht aan de Gemeente van vandaag, aan hen die vasthouden aan het geloof in de menswording , dood en opstanding van de Here Jezus Christus.

Bijna als een proloog op wat in Openbaring volgt, schetst Judas, aangespoord door de Heilige Geest, de situatie van de huidige Christelijke geloofsgemeenschap en wijst ons, aan wie het geloof is overgeleverd, op het gevaar van vermenging met mensen die zich voordoen als gelovigen, God nooit gekend hebben, daarmee Gods heerschappij negeren en ook de Here Jezus Christus afwijzen als Hoofd van Zijn Gemeente. 

Beschikbaar

Het onderwerp van deze brief is niet alleen een waarschuwing tegen 'ingeslopen goddeloze mensen', maar ook wat het effect is van hun aanwezigheid op de gelovigen. Judas verwijst naar de geschiedenis van het volk Israël, dat uit Egypte was verlost met grote tekenen en wonderen, en stelt vast dat diegenen die niet geloofden, alsnog verloren gingen.

Hij schrijft dat goddeloze mensen de genade van God veranderen in ontucht. Genade die de gelovigen verleend wordt om God te dienen, wordt uitgelegd alsof het God niets uitmaakt wat men doet. Dat dit nieuwe leven echter beschikbaar zou zijn om God te dienen wordt in veel brieven uiteengezet en benadrukt, zoals bijvoorbeeld in 1Korinthe 6:19 en 20:  Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?   Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, [welke Godes zijn]. 

Uiterlijk vertoon

Het voorbeeld van Korach, die Rebelleerde tegen Mozes en Aäron om gelijkheid af te dwingen. Want, zo valt te lezen in Numeri 16 vers 3, wat waren Korach en de tweehonderd vijftig mannen die hem steunden, nu minder dan Mozes en Aäron? Zij waren toch ook heilig?
Voor de werelds georiënteerde mens is dat een logische redenatie. Alle mensen zijn toch gelijk?... En als al iemand de baas moet zijn, kiest men bij voorkeur een charismatische persoon die tevens eigenschappen bezit als wilskracht en fysieke kracht. Geen watje of verlegen persoon, iemand met talenten en gaven om een volk te leiden: een held! Mozes had geleerd dat het leiden van een volk niet begint met veel vertoon van je persoonlijke kracht. Natuurlijk: in Exodus 2 lezen we dat hij de Egyptische man had doodgeslagen, maar het wordt snel duidelijk dat dit niet de weg van God is. Mozes moet leren wat het betekent om een kudde te leiden en dus verblijft hij veertig jaren bij zijn schoonvader Jethro, om diens kudde te weiden. Daarna roept God Mozes pas om Hem te dienen en leidsman te worden van het volk Israël.

Dat het God niet te doen is om uiterlijk vertoon vinden we fraai geïllustreerd in 1 Samuël 16, waar Samuël David tot koning moet zalven in de plaats van Saul. Samuël zag Eliab voor zich staan en dacht bij zichzelf dat hij waarschijnlijk wel de meest geschikte persoon was voor de functie van koning van Israël: een lange krachtige man die alles mee had, naar de mens gesproken. Maar in vers 7 lezen wij:

Maar de HEERE zei tegen Samuel: Kijk niet naar zijn uiterlijk en ook niet naar de hoogte van zijn gestalte, want Ik heb hem verworpen. Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.

Samuël had kennelijk ook moeite om een verstandige keuze te maken, wat ons duidelijk maakt dat het aanstellen van leiders voor Gods volk alleen een keuze van God Zelf kan zijn. En dat is nu net de inschattingsfout die Korach maakt: hij twijfelde niet alleen aan Mozes' leiderschap, maar gaat ook voorbij aan Gods verkiezing van Mozes en trekt daarmee God Zelf in twijfel. Dat is dan ook de reden dat Korach en allen die hem steunden door de aarde werden verzwolgen.

De zaak die Korach voor ogen had lijkt dan misschien wel goed te zijn voor de zienlijke wereld en de natuurlijke mens, maar staat haaks op Gods handelswijze. Het mechanisme van modernisering van de Gemeente en de kerk in haar algemeenheid zien we overal om ons heen terug. Telkens weer dienen zich 'vernieuwingen' aan die ons bepalen bij de voorbeelden uit de Judas brief. Het gaat wat te ver om in dit artikel uitgebreid in te gaan op een zo duidelijk voorbeeld als Bileäm, praktijken die te vergelijken zijn met de televisie-dominees die geld vragen voor hun diensten, want ook zij hebben niet begrepen wat de geschiedenis van Bileäm werkelijk wil vertellen: uiteindelijk zette hij de Moabieten ertoe aan om het volk Israël te verleiden tot afgoderij en hoererij. Zo is het ook met het welvaarts-evangelie, het leidt tot afgoderij (van geld) en hoererij met andere goden, denk aan de merkwaardige cross-over die in die kringen gemaakt wordt naar de islam en andere religies, dat dit ook in de rooms katholieke kerk geen onbekend verschijnsel is, blijkt wel uit het conciliedocument ‘Nostra Aetate’ (1965), waarin de rooms katholieke kerk plechtig verklaart dat er ook waarheid te vinden is in andere godsdiensten. Verlossing is alleen in de Here Jezus te vinden en ook niet te koop voor geld. 

Petrus schrijft hierover in 1 Petrus 1:18 en 19:
...in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

En toch predikt men ook vandaag nog het evangelie vanwege geldzucht. Weliswaar moest Bileäm het volk Israël tegen betaling vervloeken, wat hem niet lukte. Hij zegende het volk zelfs, Judas wijst  op deze praktijken met het doel de lezer duidelijk te maken dat God niet te koop is: waarom zou Hij? Hij heeft immers alles geschapen en daarmee is alles ook Zijn eigendom. Daarom heeft Hij ook voor allen de losprijs betaald!

Genetica

Judas gebruikt Genesis 6 om ons te wijzen op de geschiedenis van Gods zonen die (seksuele) gemeenschap hebben met de dochters van de mensen, waardoor reuzen ontstaan.  Er wordt meteen aan toe gevoegd dat er ook daarna, dus na die dagen van Genesis 6 en ook na de zondvloed, reuzen op aarde waren. Denk maar aan de beschrijving van de twaalf verspieders over de inwoners van het land Kanaän in Numeri 13 vers 32 en 33:

32 En zij lieten een kwaad gerucht uitgaan bij de Israëlieten over het land dat zij verkend hadden, door te zeggen: Het land waar wij doorgetrokken zijn om het te verkennen, is een land dat zijn inwoners verslindt, en heel het volk dat wij in het midden daarvan gezien hebben, bestaat uit mannen van grote lengte. 33 Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen. 

Waar het Judas in vers 6 van zijn brief om gaat is het feit dat deze zonen Gods het doel, waarvoor zij waren voortgebracht, namelijk om God te dienen, hebben los gelaten en hun eigen gang te kunnen gaan met Gods schepping. Doorgaans wordt in theologische kringen over Genesis 6 gezwegen en wordt er weinig tot geen aandacht aan besteed, terwijl reuzenvolkeren toch met naam en toenaam worden genoemd in de Bijbel, zoals de Zamzummieten, Emieten en Enakieten in Deut. 2, de koning van Og in Deut.3 vers 11, evenals de Raphaïm, een volk dat bekendheid heeft verworven onder andere doordat Goliath tot dat volk behoorde. In Gen.6 vers 7 lezen we:
En de HEERE zeide: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.

Wat opvalt is dat, behalve de mens, ook de dieren worden genoemd als zijnde verdorven en dus ook door de vloed worden gedood. Wat hebben de dieren dan misdaan? Wat hebben deze engelen allemaal gedaan op aarde? Zij hebben de schepping aangepast en het verhaal uit Genesis 6 gaat daarmee niet alleen over losbandigheid, maar ook over genetica: het veranderen van levende wezens in half geestelijke- en half menselijke wezens. Deze zonen Gods wilden naam maken door zelf aan de slag te gaan met het leven en dit naar hun eigen inzichten wijzigen. Precies wat we vandaag om ons heen zien gebeuren in de verschillende takken van techniek en wetenschap. Transhumanisme is zo'n zoekterm die bij Google al snel een slordige 2,8 miljoen hits oplevert en bijna  allemaal gaan ze over het streven van de mens om de oorsprong van het leven en daarmee de oorsprong van de schepping te wijzigen. Wat men zich al dan niet bewust is, is het feit dat dit een regelrechte belediging is van God Zelf, Die immers de mens heeft geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis met het doel om God te zoeken en te dienen.

Col 1:16  Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; Col 1:17  En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;

Waarheid

Een ander punt dat Judas aansnijdt is het gebrek aan ontzag voor machten die boven de [kerk]mens zijn gesteld en hij haalt hier een bijzonder voorbeeld aan om te illustreren, namelijk dat zelfs Michaël de aartsengel niet op persoonlijke titel een oordeel durfde uit te spreken tegen de duivel, toen hij met hem streed om het lichaam van Mozes. Onze tegenwoordige wereld is vol veroordeling en minachting, het publieke toneel lijkt vaak een schouwspel van het eigen gelijk, van hoon en spot. Iedereen heeft een eigen waarheid. Een waarheid die hooguit een jaar of zestig à zeventig meegaat, om vervolgens te verzinken in de vergetelheid en te verdwijnen in de dood. En daarmee wordt ook het begrip Waarheid uitgehold, is het hele begrip waarheid niets meer dan een relatief concept dat gebogen en verdraaid kan worden naar eigen inzichten.

In Johannes 14:6 lezen we de woorden van de Here Jezus: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. Maar tegenwoordig maakt dat in veel kerken en groepen niet zo veel meer uit, die Levende Ware Weg die Hij is. Men bepaalt zelf wel de route en de regels voor het leven. Dat de Heer is opgestaan uit de dood, is in veel kringen en kerken allang geen ultieme Waarheid meer, maar een metafoor voor zingeving geworden. Want men is bezig met zelfverwerkelijking en levensplanning, het vormgeven van de eigen waarheid. Judas gebruikt voor deze mensen vijf beelden om hen te kenschetsen, metaforen voor leugen, onbetrouwbaarheid en vernietiging: schandvlekken in uw liefdemaaltijden, wolken zonder water, bomen zonder vrucht, tweemaal gestorven en ontworteld, wilde golven van de zee, die hun eigen schanddaden opschuimen, dwaalsterren voor wie de diepste duisternis tot in eeuwigheid bewaard wordt.

In zo'n tijd leven wij. Een tijd die bol staat van kortstondige snelle veranderingen. Een tijd waarin niet God centraal staat, maar de mens bezig is om patent aan te vragen op alles wat de schepping voortbrengt, alsof zij het zelf hebben geschapen. Een tijd die rijp is voor een heel ander gedachtengoed, zodat de mens zelf schepper en dus god kan zijn over het eigen leven. Een tijd waarin grote krachten elkaar naar het leven staan over macht en heerschappij. Een tijd om te kiezen. Een tijd om jezelf af te scheiden van die wereld en jezelf te bewaren in de Liefde van onze hemelse Vader, zoals Judas adviseert in vers 21, en de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus te verwachten, die u het eeuwige leven zal schenken.

De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.


TK