Davids troon

Staat Davids troon vandaag de dag in London?

Psalm 89:3  Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen: Psalm 89:4  Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.

Jeremia 33:17  Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.


Zo maar enkele teksten, die volgens sommigen inhouden dat het koningshuis van David hier op aarde niet zou worden weggenomen en er aan verbinden dat deze profetieën vervuld zouden zijn aan het huidige Britse vorstenhuis. Aan de basis van deze gedachte ligt de idee dat de verdwenen tien stammen van het volk Israël zich voornamelijk hebben gevestigd in West Europa, aan de eilanden der zee, zoals men dat in bijvoorbeeld Jesaja 42 leest. In datzelfde Jesaja 42 wordt gezegd: “Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.”  De aanduiding ‘Verbond des volks’ die, uitgesproken in het Hebreeuws, ongeveer klinkt als ‘Brit-am’ wordt dan geïnterpreteerd als een directe verwijzing naar Brittannië, het land dat immers een eiland is en daarmee past in de reeds genoemde ‘eilanden der zee’.

Identiteit
Natuurlijk is het zo dat de ongewijde geschiedenis verhaald van Jozef van Arimathea die met de zijnen arriveerde in Engeland, natuurlijk is het zo dat er vele verhalen vertelt kunnen worden over verschillende  bijbelse personen die het evangelie brachten in Europa. Maar net zo veel verhalen kunnen worden verteld over reizen van bijbelse personen naar andere werelddelen.
Zo vertellen de hindoes dat de Here Jezus in India is geweest en kunnen we dus talloze geschiedenissen lezen over wat de Heer allemaal heeft ondernomen in Zijn aardse leven, waarna onbewust het laatste vers van het Johannes evangelie in onze gedachten springt:
“En er zijn nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft, welke, zo zij elk bijzonder geschreven wierden, ik acht, dat ook de wereld zelve de geschrevene boeken niet zou bevatten. Amen.” En zo is het ook: Zijn leven is tot op zekere hoogte niet exact in periodes in te delen en de bijbel doet dit ook bewust niet. Want de bijbel en de geschiedenis in het geheel is weliswaar historie, of His Story, maar de bijbel als zodanig is door Gods Geest geschreven met het expliciete doel om Zich aan de gelovige mens bekend te maken en te openbaren Wie Hij is. Vandaar dat de teksten uit Johannes 20 binnen die context ook niet mogen ontbreken, namelijk: (Joh 20:30) Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek; (Joh 20:33) Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam. Dát is het het doel van Gods Woord:
opdat gij gelooft!


Het doel van de gelovigen is te ontdekken dat zij hun ware identiteit vinden in de identiteit van de Here Jezus Christus! Paulus schrijft in  Fil. 1: 21 “Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin”, om met deze woorden uitdrukking te geven aan de intense verbondenheid waarin hij leeft met de opgestane Christus. Ook maakt Paulus ons bekend met zijn afkomst, zoals beschreven in  Fil. 3:4-7:
“Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer. Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeeër;
Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk. Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht.” Paulus noemt zijn afkomst en alles wat hij was, nu nog slechts schade en drek. Tegenwoordig zou een dergelijk uitspraak tot een storm van protest lijden, maar het maakte Paulus niets uit: hij wilde slechts Christus winnen (Fil. 3:8) en Hem leren kennen. Zo zou ons leven ook [in] gericht moeten zijn: ons uitstrekkende tot Christus’ Leven, veranderd worden naar Zijn beeld en gelijkenis (2 Cor 3:18), ons richten op het nieuwe leven en de nieuwe schepping, zoeken en bedenken de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn!

Niet van deze wereld
‘Waarom dan dit artikel met dat toch wel aardse onderwerp’ vraagt u zich misschien af, welnu: de zaak is eigenlijk tamelijk eenvoudig uiteen te zetten juist vanuit Paulus’ credo  ‘zoekt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn’. Want dit bijbelse streven is in conflict met de visie die verborgen ligt achter de vraag waar de troon van David nu staat en wie er dan op die troon is gezeten én aan de vraag waneer Gods beloften vervuld worden m.b.t. die troon van David. Dat het sommige mensen menens is, blijkt wel uit hun constatering dat (bijna) de hele bijbel spreekt over deze ‘verborgenheid’, het mysterie van de verdwenen tien stammen van Israël en de bijbehorende veronderstelling dat de troon van David ook in onze dagen door een van zijn afstammelingen wordt bezet. In het boek van J.H. Allen – ‘Judah's Sceptre and Joseph’s Birthright’, wordt Prof. C. A. L. Totten aangehaald, die zelfs zover gaat door te stellen dat 7/8e deel van de bijbel niet begrepen kan worden als men deze visie niet kent! Ook de Brits-Israël Association laat geen middel ongemoeid om dit in hun ogen verborgen- en daarmee onderbelichte deel van de bijbelse geschiedenis, wereldkundig te maken. Hun visie: het geloof dat de Kelten en Germanen, speciaal de inwoners van Engeland en West-Europa, oorspronkelijk de verloren 10 stammen van het noordelijke koninkrijk van Israël zijn, die door de Assyriërs waren weggevoerd. Op historisch gebied zijn geen gegronde redenen, zoals taalkundige en culturele overeenkomsten, te vinden om Kelten en Germanen met de oude Israëlieten te verbinden. Vandaar dit artikel: om u te wijzen op uw hemelse positie en roeping!

Wat zegt de Here Jezus Zelf over Zijn koninkrijk?
Hierover lezen we in Johannes 18 vers 33 tot 37 de bekende dialoog tussen de Here Jezus en Pilatus:
 Pilatus dan ging wederom in het rechthuis, en riep Jezus, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden?  Jezus antwoordde hem: Zegt gij dit van uzelven, of hebben het u anderen van Mij gezegd?  Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan?  Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dan een Koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.
Het Koninkrijk van de Here Jezus Christus is dus niet van deze wereld, maar in de hemel en verborgen voor deze wereld, één van de kenmerken van deze ‘bedeling der verborgenheid’.
In de Handelingen der apostelen lezen we dat God Zich eerst een volk verzameld voor Zijn Naam (niet: door Zijn Naam, maar vóór Zijn Naam: dit is in sommige bijbelvertalingen een fout in de interpretatie van de vertalers!) en daarna zou wederkeren en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten. (Hand. 15:16)

God zou inderdaad het zaad van David op zijn troon zetten, daarmee gestalte gevend aan de profetieën die spreken over dat eeuwige koningshuis, bijvoorbeeld met de woorden van  psalm 89:3  Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen :4  Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.

Petrus getuigde hiervan op de pinksterdag,
let vooral op vers 30:

 Hand. 2:29  Gij mannen broeders, het is mij geoorloofd vrij uit tot u te spreken van den patriarch David, dat hij beide gestorven en begraven is, en zijn graf is onder ons tot op dezen dag. :30  Alzo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijner lenden, zoveel het vlees aangaat, den Christus verwekken zou, om Hem op zijn troon te zetten; :31  Zo heeft hij, dit voorziende, gesproken van de opstanding van Christus, dat Zijn ziel niet is verlaten in de hel, noch Zijn vlees verderving heeft gezien. :32  Dezen Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn. :33  Hij dan, door de rechter hand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort. :34  Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand. :35  Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. :36  Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.

De Here Jezus is door God opgewekt, vanwege Gods belofte aan David, zoals bijvoorbeeld te lezen is in 2 Samuël 7:12 en 13, met als doel om deze opgewekte Zoon van David op diens troon te zetten. Petrus maakt hier dus melding van het feit dat dit vervuld is in de opstanding van de Here Jezus.

 2Sa 7:12  Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen. 2Sa 7:13  Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid.

Het wordt ook een stoel, een troon, genoemd die voor altijd bevestigd zal worden, God zal die aanstelling nooit meer wijzigen. Dus de opstanding van de Here Jezus en Zijn aanstelling is voor eeuwig.

Abraham en zijn zaad
Maar, zeggen sommigen, de Here Jezus zit nu niet zichtbaar op de troon van David en hoe zit het dan met de profeten die spraken over die Man die niet zou worden afgesneden en op de troon van het huis Israëls zou zitten, van geslacht tot geslacht? Klopt dat dan allemaal wel en hoe zit dat dan nu in onze bedeling waarin God Zich (nog) verbergt en dus deze profetie min of meer mank gaat? Men verwijst dan naar Jer.31:17, echter zonder daarbij dit vers in de context te plaatsen:

 Jer 33:17  Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.  Als we dit hoofdstuk namelijk aandachtiger gaan lezen moet het opvallen dat het hoofdstuk spreekt over het wenden van de gevangenis des lands. Welk land? Israël natuurlijk, zoals te lezen in het voorgaande vers:

 Jer 33:10  Alzo zegt de HEERE: In deze plaats (waarvan gij zegt: Zij is woest, dat er geen mens en geen beest in is), in de steden van Juda, en op de straten van Jeruzalem, die zo verwoest zijn, dat er geen mens, en geen inwoner, en geen beest in is, zal wederom gehoord worden,

En in vers 13:,

 “In de steden van het gebergte, in de steden der laagte, en in de steden van het zuiden, en in het land van Benjamin, en in de plaatsen rondom Jeruzalem, en in de steden van Juda, zullen de kudden wederom onder de handen des tellers doorgaan, zegt de HEERE.”

Jeremia 33 vervolg dan met:

 Jer 33:15  In die dagen, en te dier tijd zal Ik David een SPRUIT der gerechtigheid doen uitspruiten; en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.
Jer 33:16  In die dagen zal Juda verlost worden, en Jeruzalem zeker wonen; en deze is, die haar roepen zal: De HEERE, onze GERECHTIGHEID.
Jer 33:17  Want zo zegt de HEERE: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op den troon van het huis Israels zitte.

In vers 15 en 16 worden enkele kenmerken van deze SPRUIT van David opgenoemd, waaronder de belofte dat Hij recht en gerechtigheid zal doen aan de gehele aarde! Als wij naar het dagelijkse nieuws kijken moeten we concluderen dat dit (nog) niet is gebeurd: elke dag is er sprake van onrecht en onrechtvaardigheid: een teken dat dit nog in de toekomst ligt. Bijzonder is ook dat dit Woord van de Heer zo vast is dat het vergeleken wordt met de onverbiddelijkheid waarin de dag plaats maakt voor de nacht en andersom, of zoals in psalm 19 de wet, de onderwijzing van God, vergeleken wordt met de hemelen: onwankelbaar en onveranderlijk.

In vers 21 lezen we weer over die Zoon die op zijn troon zou regeren en over Gods verbond met David en de vastigheid hiervan. Let wel: zijn zoon, in enkelvoud! Over dit zaad schrijft ook Paulus in Galaten 3:

 Gal 3:14  Opdat de zegening van Abraham tot de heidenen komen zou in Christus Jezus, en opdat wij de belofte des Geestes verkrijgen zouden door het geloof. Gal 3:15  Broeders, ik spreek naar den mens: zelfs eens mensen verbond, dat bevestigd is, doet niemand te niet, of niemand doet daartoe.
Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Christus.

Het gaat om dit ene zaad, nl. Christus, in wie wij dan ook gezegend zijn met elke geestelijke zegening in de hemel. Wat Paulus ons hiermee wil zeggen is dat in Christus alles vervuld is geworden en er geen ander zaad nodig is om Gods beloften te vervullen. Wij ontvangen door en in Christus Gods rijke zegeningen! Want Hij is de eerstgeborene aller creaturen en alle dingen zijn onder Zijn voeten geplaatst (Ef. 1:20-23). Hier gaat het over het eerstgeboorterecht van de Here Jezus als eersteling van een nieuwe schepping, waar ook wij die in Hem geloven, deel van uitmaken. De gemeente van vandaag ontleent haar eerstgeboorterecht aan de Here Jezus, Dé Eerstgeborene, die overigens niet uit Efraïm, uit de tien stammen, maar uit Juda is, de twee stammen (Hebr. 7:14). Enkele teksten die spreken over De Eerstgeborene:

Romeinen 8:29

Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.

Kolossensen 1:15

Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.

Kolossensen 1:18

En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

 Hebreën 1:6

En als Hij wederom den Eerstgeborene inbrengt in de wereld, zegt Hij …..

Hebreën 12:23

Tot de algemene vergadering en de Gemeente der eerstgeborenen, …

 Openbaring 1:5

van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden

 

Voorwaarden van God
Er is echter nog iets anders aan te merken op het idee dat het koningschap van David niet vervuld zou zijn aan Christus maar aan de andere lijn die van David afkomt, die volgens sommigen uitmond in het Britse koningshuis. Want het is o.a. Paulus die ons leert dat wij, die wedergeboren zijn, hemels burgerschap hebben ontvangen. Het is Paulus die zich beroept op zijn afstamming uit de stam van Benjamin;

 (Fil 3:6-8) een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer; Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk. Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht. Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen.

Het is ook Paulus, die ons onderwijst om zich niet te begeven tot fabelen en oneindelijke geslachts- rekeningen, welke meer twist vragen voortbrengen dan stichting Gods, die in het geloof is. ( 1 Tim 1:4, Titus 3:9) Dit geld voor alle gelovigen uit onze bedeling. Dus ook voor de aanhangers
van de Brits-Israël beweging.

Om terug te komen op het onderwerp van dit artikel:
Staat Davids troon vandaag de dag in London?
Het antwoord hierop is natuurlijk een volmondig nee! De troon van David kan uitsluitend aan de Here Jezus toebehoren, omdat Hij de enige is die werkelijk en volledig voldoet aan Gods voorwaarden met betrekking tot die troon. Leest u 1 Koningen 9:3-7 maar eens aandachtig door:

 1Ki 9:3  En de HEERE zeide tot hem: Ik heb uw gebed en uw smeking gehoord, die gij voor Mijn aangezicht smekende gedaan hebt; Ik heb dat huis geheiligd, hetwelk gij gebouwd hebt, opdat Ik Mijn Naam aldaar tot in eeuwigheid zette; en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar zijn te allen dage.
1Ki 9:4  En zo gij voor Mijn aangezicht wandelen zult, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, met volkomenheid des harten, en met oprechtheid, om te doen naar al wat Ik u geboden heb, en Mijn inzettingen en Mijn rechten houden zult;
1Ki 9:5  Zo zal Ik den troon uws koninkrijks over Israel bevestigen in eeuwigheid; gelijk als Ik gesproken heb over uw vader David, zeggende: Geen man zal u afgesneden worden van den troon van Israel.
1Ki 9:6  Maar zo gijlieden u te enen male afkeren zult, gij en uw kinderen, van Mij na te volgen, en niet houden zult Mijn geboden en Mijn inzettingen, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb; maar heengaan, en andere goden dienen, en u voor dezelve nederbuigen zult;
1Ki 9:7  Zo zal Ik Israel uitroeien van het land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, hetwelk Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen; en Israel zal tot een spreekwoord en spotrede zijn onder alle volken.

God verlangt voor dit koningschap een volkomen hart, een hart dat aan Hem toegewijdt is. Dit profiel is geheel van toepassing op de Here Jezus, Gods Eerstgeboren Zoon, een profiel dat ons van Hem geschetst wordt in het eerste hoofdstuk van de Hebreën brief maakt dit helemaal duidelijk:

Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;

Wat wil je als gelovige nog meer met zo’n Koning? Daarom wens ik u toe met de woorden uit de Judas brief, namelijk vers 24 en 25 :

 Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde, Den alleen wijzen God, onzen Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, beide nu en in alle eeuwigheid. Amen.


T.K. 2009  september 2009