Dagboek
Maandag 28 september 2020
"Er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden" (Handelingen 4:12). God heeft, in Zijn oneindige liefde tot de mens, Zelf geheel het plan der verlossing volbracht in Jezus Christus Zijn geliefde Zoon. Het was reeds gereed vóór de nederwerping der wereld en in de volheid des tijds ten uitvoer gebracht (1 Petrus 1:20; Galaten 4:4). "En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe" (Johannes 3:14-16).

Dit is het wonderbare van Zijn liefde. De mens, gebonden aan satan, zonde en dood en daardoor volkomen weerloos, behoeft niets anders te doen dan de reddingsboei vast te grijpen die God hem toewerpt in Jezus Christus. Het is zo eenvoudig als het voor de Israëlieten was, toen een menigte slangen hen aanviel. Ze behoefden maar een blik te werpen op de koperen slang, die Mozes op een paal had bevestigd en zij waren genezen van de giftige beet (Numeri 21:4-9). Jezus Christus, God van alle eeuwigheid, is als Zoon des mensen genageld aan het vloekhout des kruises ten behoeve van ons.

Wie in hem gelooft, is genezen van de vloek der zonde en heeft eeuwig leven. Had God het gemakkelijker voor ons kunnen maken? Welk een hoge prijs moest worden betaald om de mensen te kunnen verlossen! Christus moest mens worden om te lijden en te sterven en zo het oordeel Gods te dragen, dat wij verdiend hadden. Door Zijn opstanding bewees Hij volkomen aan het recht Gods te hebben voldaan. Er is geen andere NAAM om behouden te worden, er is ook geen andere Naam om behouden te kunnen léven. Het is alles om Christus en om Hem alleen. In en door Hem mogen wij, die geloven, het nieuwe leven door geloof leven.


Lezen: Johannes 3:14-18