Alle kinderen van God komen eens in de hemelse zaligheid. Dit is een onomstotelijke waarheid.
De Heer Jezus heeft gezegd: “En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en NIEMAND zal dezelve uit Mijn hand rukken” (Johannes 10:28).
Hij heeft een EEUWIGE verlossing aangebracht. Deze zekerheid hangt niet af van iets in onszelf, van onze wandel of van de mate van ons geloof, doch ligt uitsluitend vast in Jezus Christus onze Heer.
Toch zal er in de hemel wel onderscheid zijn tussen de heerlijkheid van de ene gelovige en die van de andere.
Een gelovige die in zijn leven op aarde niet het Christus-leven openbaar maakt, komt wel in de hemel, doch van zijn werk hier op aarde zal niets overblijven wat de Heer zou kunnen belonen.
Door het werk der verlossing van onze Heer zijn wij verlost van de toorn van God. Wij komen niet meer in het oordeel. Als God de niet-behouden mens zal oordelen voor de grote witte troon (Openbaring 20:11-15), zijn wij allang bij de Heer.
Een gelovige komt echter wel eenmaal voor de rechterstoel van Christus te staan. Niet om GEoordeeld te worden, maar om BEoordeeld te worden. Niet onze werken zullen worden beoordeeld, doch HET werk, n.l. HET werk des GELOOFS.
1 Thessalonicensen 1:3:” …gedenkende het werk uws geloofs …”
1 Petrus 1:17: “Vader, Die zonder aanneming des persoons oordeelt naar eens iegelijks WERK”.
Hebree├źn 6:10: “Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw WERK zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient”.
Het gaat erom of wij door geloof hebben geleefd, of wij door Gods Geest het nieuwe leven hebben geopenbaard. Alleen dat leven heeft waarde voor God. Al het andere wordt vergeleken met hout, hooi en stoppelen en zal verbranden (1 Korinthe 3:12-13).
Let wel: ons WERK zal worden beoordeeld, dus niet of we veel of weinig gezondigd hebben. Onze zonden zijn voor eeuwig weggedaan door het bloed van Christus. Ook niet of we goed of braaf geweest zijn. Het punt is, of en in hoeverre de Heer Jezus Heer en Meester van ons leven is geweest. Het is niet een kwestie van werken doch ook een zaak van het hart.

Lezen: 1 Korinthe 3:11-15